Kerknieuws

Weerklank van Gods eer

Het boekje 'Tot Gods eer' van Marcel Barnard, professor Praktische Theologie en Liturgiewetenschap aan de Protestantse Theologische Universiteit, werd tijdens de generale synode gepresenteerd. Een handreiking om het gesprek over het hoe en waarom van de liturgie in de gemeente aan te gaan. Vijf vragen aan de auteur.

Wat beschrijft de notitie ‘Tot Gods eer’ precies?
“Binnen de Protestantse Kerk bestaat een grote diversiteit aan stromingen en liturgievormen. Mijn notitie bevat een overzicht van onze theologische kerngedachten over liturgie en een aantal essentiële punten die een belangrijke rol spelen in onze gezamenlijke traditie. De notitie is niet bedoeld als een voorschrift of handleiding, maar als een handreiking voor gemeentelijke geloofsgesprekken.”

Is er een noodzaak tot een gemeentelijk gesprek over liturgie?
“De grote diversiteit binnen de Protestantse Kerk roept de vraag op welke theologische opvattingen en elementen we gezamenlijk wezenlijk vinden voor de liturgie in de protestantse eredienst. De generale synode wil met deze handreiking het gesprek in de gemeente funderen en op gang brengen.”

Hoe ging u te werk?
“Als uitgangspunt nam ik de grondslagen van het bestaande Dienstboek dat een schat aan materiaal voor de bezinning op de eredienst geeft. Daarnaast maakte ik gebruik van de kennis van verschillende theologische faculteiten, en uiteraard heb ik geput uit mijn eigen werk als docent liturgie. Tussen alle bronnen zocht ik de overeenkomstige opvattingen en kwam uiteindelijk tot een beknopte samenvatting.”

Wat is uw conclusie?
“Ik kon een lijst met zeven kernopvattingen over de protestantse liturgie vaststellen. Onder meer dat de liturgie een weerklank is van Gods eer of heerlijkheid en voldoet aan een aantal specifieke criteria, zoals een ruimte scheppen waarin de ontmoeting tussen de drie-ene God en de gemeente kan plaatsvinden. Ook kan de liturgie met muziek, taal en inrichting van de eredienst gemeenschap creëren en mensen in beweging brengen om de nood in de wereld te helpen lenigen. Daarnaast signaleer ik vijf ‘stijlen’ van protestantse liturgie.”

Wat kunnen kerken met deze notitie?
“De notitie biedt een handreiking voor geloofsgemeenschappen. Bij discussiepunten, zoals de keuze van liederen of symbolen, kunnen zij bestuderen hoe deze zich verhouden tot die kernopvattingen. Een opvatting is bijvoorbeeld dat in liturgische muziek, naast de heerlijkheid van God, ook pijn, onrust, verdriet en verbittering mag doorklinken. Misschien is sommige muziek daarom wel ‘te makkelijk’. Ook benadrukt de notitie dat de liturgie een sacramenteel karakter heeft. De gemeenteleden kunnen daarmee bespreken of zij wel voldoende ruimte geven aan sacramenten, symbolen en andere handelingen.”

Meer informatie: protestantsekerk.nl/liturgie. Op de site zijn onder meer gespreksvragen, werkvormen en filmpjes bij het boek te vinden. Ook is het mogelijk om een gratis kennismakingsexemplaar van het boekje te bestellen in de webwinkel.

Bron: Woord&Weg april 2018


Synode stemt in met 'de 12jaarsregeling' voor predikanten

Tijdens de vergadering van de generale synode is besloten dat ‘de 12jaarsregeling’ voor predikanten vanaf 2021 ingaat. De classispredikanten - die september 2018 beginnen - kunnen de komende jaren de maatregel wel alvast gaan toetsen.

De officiële verwoording van deze regeling luidt als volgt:
‘Op gezamenlijk verzoek van de kerkenraad en de predikant die tenminste twaalf jaar als predikant voor gewone werkzaamheden aan een gemeente verbonden is en recht heeft op wachtgeld, kan het breed moderamen van de classicale vergadering de predikant losmaken van de gemeente’.

De gedachte achter deze regeling is dat bevordering van mobiliteit en flexibiliteit goed is voor zowel gemeenten als predikanten. Deze regeling is onderdeel van de grotere beweging Kerk 2025 die de Protestantse Kerk heeft ingezet. Een beweging die er voor zorgt dat de Protestantse Kerk toekomstbestendig is en blijft: een levende geloofsgemeenschap die samenkomt rond het Woord.

Als vrienden uit elkaar

Met deze regeling wordt het voor een gemeente mogelijk om op een vriendschappelijk manier afscheid te nemen van een predikant. Die mogelijkheid is er nu niet. Op dit moment vertrekt een predikant alleen als hij/zij op eigen initiatief een beroep heeft aangenomen in een andere gemeente of als een predikant gedwongen - vaak na een conflict - wordt losgemaakt van een gemeente.

Of zoals ouderling Viveen (classis Walcheren) het formuleert: “Gemeenten hebben nu alleen een instrumentarium dat een predikant stigmatiseert en de gemeente veel geld kost. Het is echt tijd voor een middel waarbij je als vrienden uit elkaar gaat en de predikant zonder stigma verder kan gaan.”

Geen moet, maar mag-maatregel

Over dit voorstel is jarenlang vergaderd als onderdeel van het proces Kerk 2025. Dit leidde in april 2017 tot de aanvaarding van de nota ‘Naar een cultuur van mobiliteit’.

In eerste instantie was het voorstel dat de predikant verplicht zou zijn om na twaalf jaar een andere gemeente te zoeken. In de loop van de afgelopen jaren is dat gewijzigd naar de mildere vorm waarin het niet meer verplicht is, maar dat het een maatregel is die een gemeente kan inzetten, maar het moet niet.

Niet alleen tijdens vergaderingen van de generale synode, maar ook in de classicale vergaderingen is veel over dit onderwerp gesproken. De classicale vergaderingen hebben ruimschoots gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op dit voorstel. Veel van deze reacties waren negatief of aarzelend over dit voorstel.

Op basis hiervan stelde het generale college van de kerkorde voor om de maatregel te laten vervallen. Het moderamen deed echter het tegenvoorstel om de maatregel te behouden. Dit tegenvoorstel is door de generale synode aangenomen. Van de 70 aanwezige synodeleden stemden 52 voor.

Eerdere berichten:


Gebed bij 70 jaar staat Israël

Tijdens de vergadering van de generale synode heeft het moderamen een gebed bij 70 jaar staat Israël uitgesproken. Daarna heeft de synode psalm 122 gezongen.

Gisteren en vandaag, 19 en 20 april 2018, viert de staat Israël haar onafhankelijkheid en 70 jaar bestaan. Een bijzonder moment om bij stil te staan. Velen in onze kerk doen dit. Voor Joden overal ter wereld is de staat Israël nu de veilige plek waar zij altijd op terug kunnen vallen, wat er ook gebeurt. We danken God hiervoor.

Het recht van de staat Israël moest worden bevochten. Vele oorlogen werden gestreden om te kunnen overleven. De conflicten in het Heilige Land en met de buurlanden duren voort tot op de huidige dag. Na 70 jaar is er nog geen vrede.

De vestiging van de staat Israël heeft ook grote gevolgen gehad - en nog steeds - voor de aldaar wonende Palestijnen. Deels in vluchtelingenkampen, deels onder de Palestijnse autoriteit, deels onder Israëlisch bestuur. Wanneer kunnen ook zij deel hebben aan de vrede van Jeruzalem? Na 70 jaar is er nog geen oplossing die recht doet aan allen.

Als Protestantse Kerk in Nederland ervaren wij een drievoudige roeping. We zijn onopgeefbaar verbonden met het volk Israël. We voelen hun vreugde en verdriet. Met de Palestijnse christenen zijn we verbonden in het ene ondeelbare lichaam van Christus. Hun vreugde en verdriet voelen we ook. In het voetspoor van Jezus werken we bovendien aan vrede, recht en welzijn voor allen die dat ontberen. Laten we bidden om inzicht.

In het Heilige Land heeft de Protestantse Kerk partners. We noemen met name de Lutherse kerk. We bidden om wijsheid voor hen, in hun moeilijke opdracht.

Leviticus 25 spreekt over een jubeljaar. Elke vijftig jaar is er zo’n jaar waarin alle scheefgegroeide verhoudingen recht gezet worden en alles wordt kwijtgescholden. In de Joodse jaartelling is dit jaar zo’n jubeljaar. Laten we bidden om een jubeljaar waarin de inwoners van het Heilige Land elkaar erkennen als mensen naar het beeld van de Ene en samen de vrijheid vieren en delen.


Laat ons bidden

Heer van alle volken,

Wij danken U voor de 70 jaar dat de staat Israël een veilige plek biedt aan Joden van over de hele wereld.

We danken U dat wij mogen delen in de aan Israël geschonken verwachting van uw toekomst. Wij weten ons geroepen tot onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël. Tegelijk beseffen we dat onze Palestijnse broeders en zusters zuchten onder wat er is gebeurd en nog gebeurt.

Helpt U de bewoners van het Heilige Land om te komen tot vrede die recht doet aan allen.
Help ons als kerken om hen daarin te steunen. Help ons kerken in het Heilige Land te versterken, zodat ze hun rol kunnen spelen en de vrede dienen.

We bidden om Uw zegen daarover en om wijsheid voor de kerken in het Heilige Land. We denken speciaal aan onze partnerkerk, de Evangelisch-Lutherse Kerk.

Geef vrede, Heer, geef vrede.

Geeft U de bewoners van het Heilige Land een jubeljaar, een jaar waarin wat scheef gegroeid is en tot verbittering kan leiden, rechtgezet mag worden.

Dit alles vragen we U in naam van Hem die dáár heeft geleden en dáár de dood overwon, Jezus Christus onze Heer.

Amen.

De Protestantse Kerk heeft verschillende en gelijkwaardige roepingen:

  • de roeping om gestalte te geven aan de onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël;
  • de diaconale roeping om solidair te zijn met hen die lijden onder onrecht, verdrukking en geweld;
  • de oecumenische roeping om de eenheid, de gemeenschap en de samenwerking te zoeken en te bevorderen met andere christenen, inclusief Palestijnse christenen.


Spreekt u migratie?

“Migratie is in de laatste jaren één van de meest besproken en zelfs aangevochten thema’s geworden is. Het lot van politieke verkiezingen wordt door opvattingen over migratie bepaald. Rondom het toverwoord “migratie” wordt een grote vocabulaire opgebouwd. Migratie is schijnbaar een taal geworden, die zich voordoet als toegankelijk, makkelijk leerbaar en uitstekend geschikt voor communicatie. In het algemeen veronderstellen mensen dat inmiddels iedereen die taal spreekt.”

Met deze krachtige uitspraak begon prof. dr. Dorottya Nagy van de Protestants Theologische Universiteit haar inleiding op de ethische bezinning over Migratie. Zelf is zij Roemeens, woont in Duitsland en werkt in Nederland. Haar eigen biografie is doorspekt met het thema migratie.

In hokjes denken

Ze schetst dan ook zeer beeldend hoe zij op een één dag bij de kapper een ontmoeting had met iemand die graag zag dat alle buitenlanders uit Nederland verdwijnen en vervolgens een bijbel lezende migrant in de trein ontmoet die zich erover verbaast dat zij als Nederlander ook christelijk is. Want hij kent geen Nederlandse christenen. In de eerste situatie is zij de buitenlander die weg moet. In de tweede de Nederlander die een vooroordeel van een buitenlander ontkracht. Deze anekdote maakt direct duidelijk dat in hokjes denken tot valse veronderstellingen leidt, want een persoon (en uiteindelijk migratie wordt altijd doorvertaald naar een persoon) en haar of zijn levensverhaal heeft vele kanten.

God is God en mens is mens

Naar aanleiding van de bijdrage van Nagy gingen de synodeleden met elkaar over het thema migratie in gesprek.

Ds. Pluim (classis Limburg) erkent de noodzakelijkheid voor bezinning over het thema ‘Migratie’. De vraag ‘Spreekt u migratie’ zette haar aan het denken. “Die vraagstelling moest wel even inzinken. (...) God is God en mens is mens, zegt u. De dominee in mij wil God en mens in één adem horen. Maar mensen kunnen zich zo gemakkelijk ‘als God’ gaan gedragen. Dan stel ik mezelf de vraag: wanneer gedraag ik mij ‘als God’ in de verhouding tot de ander? Misschien zoek ik wel heel oprecht naar gelijkwaardigheid met die onder, maar zou die gelijkwaardigheid niet al het uitgangspunt moeten zijn? Hoe kom ik daar, hoe komen we daar als vertrekpunt? Heel concreet. Hoe doen we dat ook als kerk?

Ook Ds. Wilschut (classis Rotterdam) voelt zich aangesproken door de uitspraak van prof. dr. Nagy dat ‘God God is en de mens mens’. Maar hij vraagt zich af hoe je deze houding vertaalt naar de samenleving. “God is God en de mens is mens is binnenkerkelijk nog wel uit te leggen, maar hoe doe ik dat buiten de kerk? Volgens prof. dr. Nagy moet je deze houding echter niet benoemen in de samenleving, maar moet je deze houding uitleven in de samenleving.

Ook ouderling Fledderus (evangelisch-lutherse synode) voelde zich aangesproken door het betoog van prof. dr. Nagy: “Ik heb mij twee keer een migrant gevoeld. Gewoon naar aanleiding van verhuizingen in Nederland. Mijn ervaring is dat je nieuwe verbindende ervaringen moet creëren. Samen een nieuw verhaal maken.”

Het moderamen en dr. prof Nagy gaan naar aanleiding van het gesprek in de synode verder met elkaar over dit thema in gesprek. De notitie van Nagy zo mogelijk uitgewerkt tot een boek.

>Lees hier de volledige bijdrage van prof. dr. Nagy
>Lees hier een eerder interview met prof. dr. Nagy: 'Het is tijd de tolerantie te overstijgen'


Jurjen de Groot wordt directeur dienstenorganisatie Protestantse Kerk

Op 1 juni 2018 begint Jurjen de Groot als directeur van de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk. Hij volgt hiermee Haaije Feenstra op die tot 1 januari 2018 directeur van de dienstenorganisatie was.

Jurjen de Groot (1975) is momenteel operationeel directeur van de IZB (vereniging voor zending in Nederland). De Groot werkt sinds 2013 bij de IZB. Daarvoor heeft hij gewerkt voor de Reformed Church in East Africa in Kenia en was hij missionair pionier in Zoetermeer waar hij betrokken was bij de opzet van het project Perron 61.

In zijn kennismakingstoespraak gaf De Groot aan dat hij zich volledig kan vinden in de visie zoals verwoord in het document ‘Kerk 2025 - Waar een Woord is, is een weg’.

“Als het gaat om onbevangen en ontvankelijk de christelijke verkondiging en traditie toe te laten en te laten spreken. Als het gaat over een authentieke en relevante communicatie van het evangelie, als het gaat om diaconale en maatschappelijke presentie – dan zijn die teksten me uit het hart gegrepen. Alles wat de kerk bovenplaatselijk voorstelt, zal erop gericht moeten zijn om die taak van de plaatselijke gemeenten maximaal te faciliteren.”

De Groot heeft gestudeerd aan de Christelijke Hogeschool Ede (godsdienst pastoraal werk), Agrarische Pedagogische Hogeschool STOAS, 's-Hertogenbosch (educatie en kennismanagement) en volgt op dit moment een MBA in Public & Private aan Nyenrode Business Universiteit in Breukelen.

De Groot woont met zijn gezin (vrouw, vier kinderen) in Amersfoort en is meelevend lid van de wijkgemeente Nieuwe Kerk in Amersfoort.

>Bekijk hier de toespraak die Jurjen de Groot na zijn benoeming hield (facebook)


Benoemingen generale synode april 2018

Tijdens de vergadering van de generale synode (19 april 2018) zijn de volgende mensen benoemd:

Tot lid van de Geschiktheidscommissie voor het Ambt van Predikant is benoemd:

  • R. Nummerdor


Tot lid van het Generale College voor de Ambtsontheffing zijn herbenoemd:

  • Ds. G. Bikker
  • Mw. drs. M.H.A. Blokland-Verschoor
  • Mw. drs. F.A.H.A. de Kok
  • Dr. N.E. Haspels
  • Mr. J. Romein
  • Dhr. C.D.W. van Meurs

Tot lid van het Generale College voor Advies is benoemd:

  • Dr. G.J. Huisman


Tot lid van het Generale College voor Advies is herbenoemd:

  • Mr.dr. C. Stark


Ingestemd is met de voorgenomen benoeming tot voorzitter van de Raad van Toezicht aan de Protestantse Theologische Universiteit:

  • Mr. J.H. Donner


Tot lid van het Generale College voor de Behandeling van Beheerszaken zijn benoemd:

  • W.G. Wisman (CCBB Groningen-Drenthe)
  • H. de Groot (CCBB Friesland)
  • H.H. Janssen (CCBB Overijssel-Flevoland)
  • W. de Lange (CCBB Gelderland)
  • A. Noppers (CCBB Utrecht)
  • P.J.T. Faltay (CCBB Noord-Holland)
  • B. de Knikker (CCBB Zuid-Holland)
  • F.D. Groenleer (CCBB Zeeland)
  • P.A. Flach (CCBB Noord-Brabant)
  • A. Vermeer (CCBB Evangelisch Lutherse Synode)

Tot toegevoegd lid van het Generale College voor de Behandeling van Beheerszaken zijn benoemd:

  • A. van Toorn (CCBB Groningen-Drenthe)
  • A. Spijksma (CCBB Friesland)
  • A. Schipper (CCBB Overijssel-Flevoland)
  • C. Hovius (CCBB Gelderland)
  • J.H. de Boer (CCBB Utrecht)
  • H.G. Beuker (CCBB Noord-Holland)
  • B. Breugem (CCBB Zuid-Holland)
  • C.J. Struijk (CCBB Zeeland)
  • Mw. A.P. Severijnen-Nobels (CCBB Noord-Brabant)
  • E.R. Fledderus (CCBB Evangelisch Lutherse Synode)

Tot voorzitter van het van het Generale College voor de Behandeling van Beheerszaken is aangewezen:

  • Drs. W. Oosterom

Tot voorzitter van het van het Generale College voor de Visitatie is aangewezen:

  • Dhr. K. Bakker

Tot directeur van de Dienstenorganisatie is benoemd:


Verrassende ontmoeting met Indonesische kerk in Tilburg

Ds. Simon de Kam was te gast bij de Indonesisch-Nederlandse christelijke kerk GKIN, Gereja Kristen Indonesia Nederland, regio Tilburg. "Van de gebeden in het Indonesisch kan ik niet veel volgen, behalve wanneer er Nederlandse namen klinken, en natuurlijk Jezus Christus en Amen. Maar ik herken geregeld dat God aangesproken wordt met Allah. Heel bijzonder om dat hier mee te maken: Allah, Vader in de hemel, Vader van onze Heer Jezus Christus."

‘God is tegenwoordig, God is ons midden.’ Van harte zing ik het eerste couplet van het intochtslied mee in de Pauluskerk in Tilburg. Vandaag ben ik te gast bij de Indonesisch-Nederlandse christelijke kerk GKIN, Gereja Kristen Indonesia Nederland, regio Tilburg. Een gezin uit de protestantse gemeente van Maurik, waar ik ruim twee jaar dominee van ben, is sinds vorig jaar zomer lid van deze GKIN. Belangrijk om nu zelf te ervaren waarom zij zich hier zo thuis voelen. De reden voor dit gezin is duidelijk. Ellen, de moeder van het gezin, is geboren en getogen in Jakarta en is tien jaar geleden getrouwd met René uit de Betuwe. Hun kinderen Victoria en Velicia zijn in onze kerk gedoopt. Hier in de GKIN is alles tweetalig en daarom voelen ze zich hier zo thuis.

Een grote zegen

Ik heb het voorrecht om als medewerker van de dienstenorganistie namens de Protestantse Kerk in Nederland relaties te mogen leggen tussen 'gewone' protestantse gemeenten en interculturele kerken, ook wel migrantenkerken genoemd. Er is gelukkig een heel goede en jarenlange relatie tussen de protestantse gemeente Tilburg en deze gemeente. Twee keer per jaar zijn er gezamenlijke diensten. In 2009 kocht de GKIN de Pauluskerk van de protestantse gemeente. Ik spreek vandaag met de heer Van der Leun die jarenlang diaken is geweest in deze kerk. Hij en zijn vrouw komen hier nog af en toe omdat het hier zo warm en hartelijk is. Hij heeft de verkoop meegemaakt en van harte gesteund. Zo blijft deze kerk open voor kerkelijk gebruik. Een grote zegen. Zo voelt ook de voorzitter van de GKIN dat; door eigenaar van dit gebouw te zijn kan de kerk doorgroeien.

Helemaal thuis

Het orgel wordt vandaag bespeeld door de organiste van de GKIN. Ongeveer honderd kerkgangers, onder wie veel kinderen en tieners, zingen het intochtslied mee in het Nederlands. Het tweede couplet wordt in het Indonesisch gezongen; ik probeer zo goed mogelijk mee te doen: Tuhan Allah hadir… Het tweede couplet is in het Nederlands ook ‘God is tegenwoordig’. Ineens herinner ik me dat in de Indonesische Bijbel God als Allah vertaald wordt. Tuhan Allah hadir… Maar eens opletten of ik Allah vaker hoor noemen in de Bijbel, of in een lied. De kerkdienst vervolgt met votum en groet, zoals we dat in onze kerk ook gewend zijn. De voorganger zegt: “Onze hulp is de Naam van de Heer.” De gemeente antwoordt: “Die hemel en aarde gemaakt heeft.” Hoe zou dit in het Indonesisch klinken? Het komt niet naar voren, maar ik voel me weer helemaal thuis. Zeker wanneer de kinderen naar hun nevendienst gaan met hun eigen kaars.

God en Allah

Na verootmoediging en genadeverkondiging komen de lezingen uit Job, zowel het begin van Jobs lijden als het antwoord van God aan Job. De preek wordt gelukkig in het Nederlands vertaald op de beamer. Een van de zinnen die ik onthoud: “Gods antwoord aan Job is een spiegel voor ons.” Na de preek is er meditatief orgelspel en daarna spreken we samen de geloofsbelijdenis uit in het Nederlands. Als amen op het geheel zingen we Opwekking 717 ‘Stil mijn ziel, wees stil’, ook begeleid door het orgel. Ik krijg van Ellen en René te horen dat er meestal op de piano begeleid wordt, dat de jongeren een band hebben en dat dit lied dan beter tot zijn recht komt.

Van de gebeden in het Indonesisch kan ik niet veel volgen, behalve wanneer er Nederlandse namen klinken, en natuurlijk Jezus Christus en Amen. Maar ik herken geregeld dat God aangesproken wordt met Allah. Heel bijzonder om dat hier mee te maken: Allah, Vader in de hemel, Vader van onze Heer Jezus Christus. In Indonesië is er een tijd geweest dat christenen God geen Allah mochten noemen. De imam verbood dat; alleen moslims mochten God Allah noemen. Nu is dat niet meer zo strikt.

Bijzondere ervaring

Na de kerkdienst is het helemaal gezellig. Ds. Marla Winckler–Huliselan verwelkomt me hartelijk en stelt me aan velen voor. Vandaag viert een van de gemeenteleden zijn verjaardag en trakteert op soep met kroepoek. Een groep zangers oefent alvast voor een dienst, begeleid door de anklung, een Indonesisch muziekinstrument. Ellen speelt voor het eerst mee. Victoria zingt met de kinderen mee, in het Engels en het Indonesisch. Wat fijn dat zij zich hier zo thuis voelen! Wat bijzonder om dit mee te kunnen maken.

Tuhan Allah hadir… God is ons midden.

Ds. Simon de Kam, verbindend specialist interculturele kerken (migrantenkerken) en predikant van de protestantse gemeente Maurik


God ontmoeten buiten de kerkmuren

Eens per maand komt een groep jonge mensen in een café in Zwolle samen om over een zingevingsvraag te praten. ‘Voor de toekomst van de kerk is het noodzakelijk dat mensen weer leren waar het het geloof over gaat’, vindt stadspastor Mariska van Beusichem, die Wijn & Wijsheid introduceerde.

Een clubje vriendinnen kletst bij, een stel dineert bij kaarslicht en achterin grand café Het Wijnhuis zitten zeven mensen bij elkaar voor Wijn & Wijsheid. Ze zijn tussen de 25 en de 40 jaar, plus Willem van 63 die in de oproep in de lokale krant de leeftijdsgrens over het hoofd zag. ‘Maar Willem is een verrijking voor de groep. Dus hij blijft’, grapt Mariska van Beusichem. Wat de deelnemers verbindt, is dat ze zoekend zijn en daarbij vrij willen zijn hun eigen weg te vinden. Voor deelnemer Jos geldt dit zeker. ‘Ik zoek naar hoe de kerk op dit moment in mijn leven past. Een café binnenstappen is laagdrempeliger dan de kerk. Bij Wijn & Wijsheid ontmoet ik bovendien mensen met verschillende achtergronden en dat is interessant.’

[Tekst gaat verder onder video]

Ds. Mariska van Beusichem, stadspredikant Zwolle, zegent de cast van een toneelvoorstelling. (Met Hart en Ziel - KRO/NCRV)

Laagdrempelig

De vraag van de Protestantse Gemeente Zwolle naar wat de kerk voor de Zwolse samenleving kan betekenen, resulteerde in het beroepen van een stadspastor, met het Academiehuis de Grote Kerk Zwolle als standplaats. Daar waar kunst, cultuur en onderwijs samenkomen, richt Mariska zich op spiritualiteit vanuit de christelijke liturgie. Haar taak is inspelen op de groeiende behoefte aan zingeving bij niet-kerkelijke mensen.
Mariska betwijfelt of de kerk in haar huidige vorm kan voortbestaan. ‘Er is een grote groep mensen die niets weet over het geloof. Dat merk ik ook in Zwolle. Zelfs voor kerkmensen is de taal van de kerk soms Chinees. We moeten mensen dus weer Chinees leren. Gewoon samen aan de slag gaan met de Bijbel en kijken hoe dat wat je leest is verweven met je leven.’
Maar hoe begin je daarmee als je de Bijbel totaal niet kent? Mariska: ‘Gewoon met het Nieuwe Testament in de kinderbijbel of met behulp van het werkschrift Weg van Leven (zie onderaan deze pagina). Het gaat erom dat je aansluit op het verlangen dat bij iemand leeft. Bij jonge mensen is dat hun vleugels uitslaan, ook in het geloof. Dat faciliteer ik graag.’

Openhartig

Tijdens de avonden in Het Wijnhuis staat telkens een vraag uit de conversatiekaartenreeks van filosofe Stine Jensen centraal. Vanavond is dat: Hoe gaat het nu écht met je? Openhartig delen mensen hun vrees stil te blijven staan, op werkgebied bijvoorbeeld. Ze discussiëren over ‘in het nu zijn’ en Mariska leert een nieuwe term: FOMO, the Fear Of Missing Out. Iets wat bij deze jonge mensen leeft en ook op religieus gebied onrust geeft.
Mariska brengt een Bijbelverhaal in waaraan iedereen zijn persoonlijke zoektocht kan spiegelen. Deelnemer Priscilla vertelt hoe ze multireligieus is opgevoed. ‘Dat was fijn, maar soms wilde ik meer richting. Wijn & Wijsheid is een moment van bezinning en biedt nieuwe inzichten.’ Groepsgenoot Erik sluit zich daarbij aan. ‘Ik heb nu elke maand een echt diepzinnig gesprek. Tijdens de eerste bijeenkomst was de vraag: Waar sta je in je geloof? Die avond werd mij duidelijk welke weg ik in wilde slaan.’

Onvoorwaardelijk geliefd

‘Stadspastor zijn voelt als mijn weg’, zegt Mariska. ‘Geloof speelde in mijn kindertijd al een heel grote rol. Op mijn achtste wist ik dat ik dominee wilde worden. Langzaam groeide het besef van Gods onvoorwaardelijke liefde. Dat is genade voor mij. We hoeven niets meer goed te maken. Het ís al goed. Ik wil mensen graag in dat perspectief laten bloeien. We proberen de toekomst van de kerk te ontdekken. Wijn & Wijsheid is geen vervanging of aanvulling maar een experiment. Een gemeenschap vormen is een belangrijke christelijke waarde, maar of de kerk daarvoor de plek blijft, weet ik niet. Ik probeer mensen op een natuurlijke manier samen te brengen om te leren en te ervaren wat het geloof is. Een geloofsgemeenschap vormen kan ook in een wijnhuis. Het heilige draait om de Godsontmoeting. Vandaaruit zal de kerk transformeren, zoals het altijd is gegaan. Als we God in het centrum durven zetten, zonder te weten hoe die weg verdergaat, wordt geloven weer een avontuur.’

Tips

  • Organiseer je activiteit niet in een kerk. In bijvoorbeeld een kroeg voelen mensen zich vrijer en praten ze onbevangener. Dat zorgt ook voor een fijne sfeer. 
  • Blijf aan je public relations werken: geef regelmatig ruchtbaarheid aan je activiteit. 
  • Een activiteit als Wijn & Wijsheid is pionieren. Staar je niet blind op aantallen deelnemers. Zie ieder mens als cadeau.
  • Blijf jezelf afvragen of wat je doet toegevoegde waarde heeft.

Het werkschrift Weg van Leven hoort bij een gelijknamig project voor persoonlijke geloofsverdieping of gezamenlijk geloofsgesprek. Het behandelt zeven thema’s: genade, verlangen, overgave, vruchtdragen, volharden, liefhebben en dankbaarheid.

In het kader van het thema voor Startzondag 2018 ‘Een goed gesprek’ verschijnen vanaf 1 mei op protestantsekerk.nl/startzondag allerlei suggesties en werkvormen om een goed (geloofs)gesprek te voeren in de kerk en daarbuiten. Het meinummer van woord&weg bevat een katern over dit thema.

Tekst: Karlijne Brouwer
Foto’s: Yvonne Brandwijk

Dit artikel komt uit het aprilnummer van woord&weg. Voortaan ook dit blad ontvangen? Vraag een proefnummer aan.

Stadspastor Mariska van Beusichem is op 17 april om 16.10 uur te zien in het nieuwe tv-programma 'Met hart en ziel' (NPO2).


Dorottya Nagy: ‘Het is tijd de tolerantie te overstijgen’

Dorottya Nagy houdt niet van het label ‘migrantenkerk’ dat onbedoeld de sfeer van hokjes oproept. ‘Mensen zijn aan elkaar gegeven om relaties aan te gaan en vandaaruit samen iets te betekenen voor de maatschappij.’

Het kan haast niet anders of uw biografie heeft eraan bijgedragen dat migratie het centrale thema is in uw werk.
‘Ik ben in Transsylvanië geboren, in een kleine Hongaarssprekende groep lutheranen, te midden van een gemeenschap charismatische Roma, een handjevol adventisten en een groepje Roemenen. Mijn theologische opleiding doorliep ik grotendeels in Hongarije. Door in het weekend te preken, leerde ik de Hongaarse maatschappij kennen. Ook woonde ik als uitwisselingsstudent een jaar in Hong Kong. In 2002 trouwde ik met een Nederlandse theoloog die zijn studie in Utrecht afrondde. Tijdens dat jaar besefte ik dat ik graag wilde promoveren. Intussen werkte ik als geestelijk verzorger in Den Haag. Ook in die zorginstellingen was de breedte van de samenleving aanwezig. Dus ja, migratie loopt als een rode draad door mijn leven. Ik ging er echter pas bewust mee aan de slag toen ik uit Hong Kong terugkeerde naar Boedapest en zag hoeveel Chinezen daar woonden. Mijn masterscriptie ging over christelijke Chinezen in Hongarije en hoe de kerk hen kan helpen. Wat autoritair eigenlijk, hè. Pretenderen dat ze geholpen moeten worden!’

U bent geen voorstander van aparte migrantenkerken, zoals de Arabische Protestantse Kerk in Amsterdam?
‘Nee. En ik prijs deze gemeente dat zij zich ook geen migrantenkerk noemt! De term is afkomstig van Nederlandssprekenden, maar de groep die ermee gelabeld wordt, gebruikt de term zelf ook. Migrantenkerken die zich bewust zo noemen, hebben soms meer contacten in het buitenland dan in hun nabije omgeving. Dat is de macht van labelen. Er zijn echter ook kerken die zo’n label afwijzen. Terecht, want met het label geeft de kerk het signaal af dat een eenheid wordt geconstrueerd die apart staat. Zo blijven er hokjes bestaan. Op de site van de Protestantse Kerk in Nederland staan migrantenkerken ook nog steeds apart benoemd. Het suggereert dat de rest van de samenleving er niets mee te maken heeft. Dat is best gevaarlijk. Met alle goede bedoelingen creëer je toch parallelle werelden. Het migrant-zijn wordt centraal gesteld en niet het mens-zijn. Mijn migrant-zijn is niet het enige wat mij als mens, als christen, bepaalt. Natuurlijk is de vraag waar iemand vandaan komt gerechtvaardigd, maar vaak blijft de belangstelling daar steken. De aandacht gaat niet uit naar de mens, er volgt geen verdieping en dan begint een vervreemdingsproces. We moeten de tolerantie overstijgen en beseffen dat de ander sprekend op ons lijkt en toch die unieke ander blijft. Dat is de kern van mijn theologie.’

Wat is de visie van de Protestantse Kerk in Nederland op migratie?
‘Ook op het hoogste niveau wordt gelukkig zeer bewust nagedacht over wat migratie voor ons kerk-zijn betekent. Een van de grootste uitdagingen daarbij is om theologische vorming binnen het geheel van de Protestantse Kerk gaande te houden -theologische vorming ook door gesprekken tussen beleidsmakers, theologen, predikanten en andere ambtsdragers en gemeenteleden. Visie komt ook door de kennis en ervaring van de plaatselijke gemeenten. Het feit dat de generale synode in april migratie aan de orde stelt, vind ik van groot belang om het gesprek over migratie eerst in relatie tot kerk-zijn te voeren, maar altijd met de wens om over dit complexe onderwerp op een verantwoorde manier een rol te spelen in de samenleving. Daarbij zijn de plaatselijke gemeenten nodig, die er zo dicht bij staan. En voor de duidelijkheid: het gaat niet alleen om vluchtelingen of internationale studenten, er is ook veel interne migratie, mobiliteit. Dat betekent dat binnen traditionele protestantse gemeenten een continu verloop is. Leden komen en gaan. Telkens moet de gemeente zich opnieuw vormen.’

Wat kunnen ambtsdragers en anderen binnen een gemeente hieraan bijdragen?
‘Theologische vorming is voor iedereen belangrijk. Er moeten mogelijkheden geschapen worden om met elkaar over God te spreken in relatie tot de samenleving. Van een gelovige vluchteling wordt verwacht - zelfs door de IND - dat hij of zij het verhaal over God duidelijk kan verwoorden. Maar kunnen we dat als leden van de Protestantse Kerk in Nederland zelf? Zelfreflectie is heel belangrijk. Hoe en met wie spreken we over God? Komend uit een Lutherse traditie betekent dat voor mij voortdurend Bijbellezen en bidden. Theologiseren kan niet zonder. Kerkelijke structuren hebben bevruchting met inhoud meer nodig dan verzakelijking. Iedereen die actief is in de kerk wordt uitgenodigd menselijke relaties en de verwevenheid met de samenleving serieus te nemen. Net als brood worden ook de naasten ons dagelijks gegeven.’

Hoe doet u dat zelf?
‘Als een student naar mij toekomt om te praten over een cursus geef ik hem niet alleen een A4’tje met informatie, maar neem ik de tijd om erachter te komen met wie ik te maken heb. Dat gaat verder dan de vraag waar hij vandaan komt. Ik wil voorbij de clichés zien te komen en probeer samen met die student iets voor deze maatschappij te betekenen.’

Ziet u iets van dit alles terug in de plannen voor Kerk2025?
‘Ik zie vooral structurele richtlijnen. Het verlangen is niet zozeer institutioneel één te worden maar te ontdekken wat er in een wijk, een dorp, een stad gebeurt. Dat ligt echt in de handen van de gemeenten, daar ligt de verantwoordelijkheid. De verwevenheid met de samenleving moet in het dagelijks leven gestalte krijgen. Niet als kerk en samenleving, maar als kerk ín de samenleving.’

Waaruit put u hoop?
‘Uit de ontmoeting. Een jaar of tien, twaalf geleden deden mijn man en ik veel meer voor vluchtelingen dan de laatste tijd. Het begon bij mij wel weer te kriebelen. En zie! Wij wonen in een Duits dorpje. Het is 23 december en ik sta in de keuken te koken als er wordt aangebeld. Een gemeentelid. Of ik mee wil komen naar zijn auto. Daarin zit een uit Koerdistan gevlucht gezin; een jonge vrouw, een man met een Jozefbaard en een klein kindje. Hoe verklaar je dit? Ik weet nog niet welke weg wij samen gaan afleggen, maar wel dat wij aan elkaar zijn gegeven.’

In ’t kort:
Prof. dr. Dorottya Nagy (1978, Roemenië) studeerde theologie in Hongarije en Hong Kong, en promoveerde aan de Universiteit van Utrecht. Ze is sinds 2015 verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam met als speciale belangstellingsgebieden migratie en contextuele theologie. Haar inaugurele rede was getiteld: Theologie-missiologie in beweging – liefhebben en de ander, terug naar af. Daarnaast schreef en werkte ze mee aan diverse publicaties.

Dit artikel komt uit het april-nummer van Woord&Weg. Voortaan ook dit blad ontvangen? Vraag een proefnummer aan


10 redenen om een kerkelijk werker te benoemen in uw gemeente

De positie van de kerkelijk werker is de afgelopen jaren versterkt. De HBO-theoloog heeft een eigen profiel, een eigen expertise die in de kerk in toenemende mate wordt erkend en gewaardeerd.

  1. Met de kerkelijk werker heeft u een HBO-geschoolde professional in huis op het gebied van theologie. Hij/zij heeft de opleiding Godsdienst Pastoraal Werk gedaan aan een door de Protestantse Kerk erkende opleiding.

  2. De kerkelijk werker heeft specifieke beroepsvaardigheden en eigen expertise op zowel pastoraal als agogisch vlak. In de notitie Kerk 2025 staat het zo: “De kerkelijk werker is vooral gericht op de doorwerking van het Woord in de gemeente en de levens van mensen. Dat gebeurt met name in het pastoraat, het jeugdwerk, het missionaire werk en het opbouwwerk. Daarbij maakt de meer praktische oriëntatie en het vermogen theorie en praktijk op elkaar af te stemmen de kerkelijk werker geschikt om in te spelen op veranderingen in de samenleving.”

  3. De kerkelijk werker en predikant(en) vormen samen een veelzijdig team: door hun verschillende opleidingen, vaardigheden en expertises vullen ze elkaar aan. Door opleiding en ervaring zijn kerkelijk werkers vaak gespecialiseerd op één of meer terreinen. De kerkelijk werker is een agogisch theoloog en over het algemeen meer praktijkgericht dan een predikant.

  4. De kerkelijk werker is niet alleen werknemer maar ook ambtsdrager in de gemeente. Hij/zij wordt als ouderling of diaken met een bepaalde taak bevestigd in de gemeente. Hiermee is de kerkelijk werker lid van de kerkenraad en ook door het ambt verankerd in de gemeente.

  5. De kerkelijk werker kan onder bepaalde voorwaarden en met de benodigde bijscholing, met een preekconsent en soms ook sacramentsbevoegdheid, voorgaan in de eredienst. Hoewel dit op veel plaatsen voorziet in een behoefte, worden hier twee sporen zichtbaar. Tussen de kerkelijk werker die het werk als van een predikant doet of de kerkelijk werker die zich vooral profileert als kerkelijk werker met de daarbij behorende expertise en vaardigheden.

  6. De kerkelijk werker kan het antwoord zijn op de vraag wie en wat uw gemeente in een bepaalde fase het meest nodig heeft. Bijvoorbeeld een opbouwwerker of diaconaal werker voor het het opzetten van kerk in het dorp projecten. Of na een fusie het uitwerken van de opbouw van de gemeente; of het uitvoeren van categoriaal pastoraat voor jongeren of ouderen.

  7. Kerkelijk werkers zijn als groep zeer gevarieerd in leeftijd, achtergrond, kerkelijke ligging, regio, ervaring, en kwaliteiten: er is altijd een kerkelijk werker die als persoon en als deskundige bij uw gemeente past.

  8. Kerkelijk werkers werken met hart en ziel in de kerk. Niet zelden hebben zij pas in tweede instantie gekozen voor het werk in de kerk en hebben ze zeer gemotiveerd de overstap naar dit werk gemaakt.

  9. Als gemeente biedt u de kerkelijk werker de mogelijkheid zich te ontwikkelen in het werk.

  10. De kerkelijk werker die (meer dan 12 uur per week) werkzaam is binnen de Protestantse Kerk heeft recht op Permanente Educatie en wordt dus bijgeschoold en is op de hoogte van actuele ontwikkelingen binnen de kerk.

Hulp bij het vinden van een kerkelijk werker voor uw gemeente

Team mobiliteit biedt de volgende mogelijkheden als u een kerkelijk werker wilt aannemen. Het team kan u adviseren en ondersteunen bij het vinden van een kerkelijk werker die past bij uw gemeente en namen geven van geschikte kandidaten. U kunt ook de gehele wervings- en selectieprocedure laten verzorgen door team mobiliteit, uiteraard in goed overleg. En dan is er de mogelijkheid van een aanstelling via de mobiliteitspool. De kerkelijk werker komt dan in dienst van de dienstenorganisatie en wordt gedetacheerd in uw gemeente. Mail voor advies naar arbeidsbemiddeling@protestantsekerk.nl.


Nieuws! > Kerknieuws / Nieuws / Agenda / Verbinding

Zoeken

Diensten!

Kerk aan Nic. Grijpstraat te GrijpskerkOp zondag 29 april beginnen we om 10:00 in de kerk aan de Nic. Grijpstraat te Grijpskerk., waar Jeltje Deleu hoopt voor te gaan.


Overzicht kerkdiensten.

Laat de Bijbel spreken

Omzien naar elkaar

Noaberschap: uw ogen en oren zijn nodig! Laat via ons meldpunt weten wie extra aandacht en zorg nodig heeft.

backtotop