Kerknieuws

Braille in de kerk

Kerken kunnen zelf de liturgie samenstellen voor blinden in de gemeente met behulp van braillemappen. Hoe is het om als blinde een kerkdienst te volgen? Lees hier hoe deze liturgie voor blinden en slechtzienden tot stand komt.

Braillemapjes in de kerk en een gesproken versie van het kerkblad

Nog een paar dagen en dan is het zondag. Voor sommigen wordt de beslissing om ’s ochtends naar de kerk te gaan dezelfde dag genomen, maar voor Chiel is dat niet mogelijk. Want dan wordt meezingen en meelezen wel erg lastig. Chiel is namelijk blind en maakt gebruik van de braillemapjes, die hij op zondagmorgen uit handen van andere kerkleden van de Gereformeerde Kerk Ermelo ontvangt.

Deze mapjes worden de dagen ervoor klaargemaakt, zodra de liturgie bekend is. Uit dikke mappen haalt iemand van de kerk schijnbaar lege, witte pagina’s. Op deze pagina’s staan de juiste psalmen, liederen en Bijbelteksten voor de komende kerkdienst. Voor iemand die kan zien is dit vrijwel onleesbaar, maar iemand die niet of nauwelijks kan zien kan dit wel lezen. Er staan namelijk braillepuntjes op: voelbare puntjes, die met bepaalde combinaties letters en cijfers vormen. Braille is geen taal, maar een lees- en schrijfalfabet. De vingertoppen beweeg je vervolgens over de puntjes, om zo de tekst te voelen en te lezen. Het ziet eruit als een geheimschrift voor iemand die niet weet wat braille is, want brailleteksten hebben meestal geen gedrukte tekst ernaast staan. Dat kan de aandacht trekken van andere kerkgangers. Toch maken Chiel en de andere blinde kerkleden dankbaar gebruik van de braillemapjes en het door Louis Braille ontwikkelde braille-alfabet.

Behalve deze brailleteksten leest Chiel ook het plaatselijke kerkblad in gesproken vorm. Elke nieuwe editie van het kerkblad wordt door iemand van een groepje van vier vrijwilligers van de kerk hardop voorgelezen in een professionele opnamestudio van de CBB, de Christelijke Bibliotheek voor Blinden en Slechtzienden, aan de Paul Krugerweg in Ermelo. Daar lezen vele vrijwilligers in een van de acht studio’s zowel christelijke als algemene boeken, kranten en tijdschriften, die vervolgens op een cd of via streaming te beluisteren zijn door iedereen met een leesbeperking. Na het inlezen van dit kerkblad maken maar liefst tien personen gebruik van deze gesproken versie, waar en wanneer ze maar willen.

Chiel heeft al jaren al een abonnement op de gesproken versie. Hij ontvangt het kerkblad op een daisy cd-rom, een standaard die speciaal voor blinden en slechtzienden ontwikkeld is. De cd gaat in een papieren hoesje op de post, wat handig uitkomt voor Chiel. Hij haalt namelijk de cd uit het hoesje, controleert door hem af te spelen of het inderdaad de nieuwe editie van het kerkblaadje is en typt vervolgens met een brailletypemachine op het papieren hoesje de titel van het blad en eronder de ontvangstdatum. Hierdoor kan hij snel erachter komen wat er in het hoesje zit. Op deze manier brengt hij ook de rest van zijn post en administratie op orde.

Er is ook een vrijwilliger van de kerk die braille kan ‘maken’ met de brailleprinter die aanwezig is in het gebouw. Mocht er bijvoorbeeld een lied op de liturgie staan dat niet in de mappen aanwezig is, dan kan dit ook geprint worden. Als er grotere teksten, boeken, kranten of tijdschriften nodig zijn dan kan dit verzorgd worden door bijvoorbeeld de CBB, die grote drukpersen en brailleprinters heeft staan. Daarmee worden er jaarlijks miljoenen braillepagina’s gemaakt. Dit mag dankzij internationale wetgeving gratis op de post.

Vroeger, voor de komst van cd-roms, stond gesproken lectuur op cassettes. Deze boeken, kranten en tijdschriften in gesproken vorm werden na gebruik teruggestuurd via de post en moesten vervolgens gecontroleerd, teruggespoeld en in de juiste volgorde gezet worden, klaar voor de volgende uitleen. Dat is nu wel anders met gesproken lectuur op cd-roms en via streaming. Ook lectuur in braille werd voordat het uitgeleend kon worden bij de CBB gecontroleerd: zijn alle pagina’s aanwezig en zijn de braillepuntjes in goede staat? Tegenwoordig is deze controle geautomatiseerd. Lezers kunnen vervolgens van de CBB boeken kopen en hoeven ook kranten en tijdschriften niet terug te sturen. Geleende brailleboeken van de organisatie Bibliotheekservice Passend Lezen hoeven ook niet meer terug. Ze belanden uiteindelijk bij het oud papier, waarna er wellicht door recycling nieuwe brailleboeken van worden gemaakt.

Verschillende manieren van ondersteunen

Iemand met een leesbeperking kan dus verschillende manieren van lezen kiezen: lezen met de oren of lezen met de vingertoppen. Of toch met de ogen dankzij grootletter. Chiel geeft de voorkeur aan braille, want daardoor is hij actief aan het lezen en krijgt hij door het verplaatsen van zijn armen ook nog een beetje beweging. Door het lezen van nieuwe woorden in braille kan je zelf ook een woordbeeld vormen, in plaats van dat het alleen een klank blijft. Het voordeel van gesproken lectuur is dat het minder energie kost en dat de handen vrij blijven om andere dingen te doen. Zoals koken en breien. Want Chiel zet zich namelijk ondanks zijn visuele beperking in voor mensen in Oost-Europa door samen met anderen lappendekens te breien.

Met de braillemapjes en de gesproken versie van het kerkblad doet de Gereformeerde Kerk in Ermelo haar best om een toegankelijke kerk te zijn voor blinden en slechtzienden. De CBB helpt haar hierin en kan ook andere kerken helpen met het toegankelijk maken van de Bijbel, psalm- en liedboeken, de liturgie, het kerkblad en bijvoorbeeld de plattegrond van het kerkgebouw.

Braille ook bij u in de kerk? 

Kerken kunnen zelf de liturgie samenstellen voor blinden in de gemeente met behulp van braillemappen. Deze mappen bevatten alle psalmen, liederen en bijbelteksten in braille. Per kerkdienst wordt er een mapje samengesteld met de juiste ingrediënten zodat blinden ook kunnen meezingen en lezen.

Naast liturgie is ook het kerkblad beschikbaar voor blinden of slechtzienden, niet in braille maar in een gesproken versie, op te vragen bij de Christelijke Bibliotheek voor Blinden en Slechtzienden. 

Wilt u meer informatie over hoe uw gemeente blinden en slechtzienden kan ondersteunen? Kijk dan eens op www.cbb.nl en www.braille.nl.

 


Kerkendag in Schoonhoven: ongedwongen en laagdrempelig

Eens in de twee jaar houden de kerken in de voormalige classis Gouda een gezamenlijke dag voor kerkenraadsleden uit de Krimpenerwaard en omstreken. De vrij kleine maar zelfstandige kerken in dit landelijke gebied zijn naar elkaar op weg.

Al vroeg op de zaterdagmorgen klinkt er gezang en gelach in het moderne kerkelijk centrum De Hoeksteen in Schoonhoven. Een groep van vijfenvijftig predikanten, ouderlingen, diakenen en kerkrentmeesters uit de Krimpenerwaard, Gouda en Waddinxveen luisteren naar verhalenverteller Kees Posthumus, die op zijn geheel eigen manier enkele Bijbelverhalen ‘hervertelt’. De vreugdevolle zevende dag noemt hij ‘de eerste dans’ en het publiek lacht en zingt uit volle borst mee als Posthumus Heer van de dans (Lied 839) inzet. De sfeer zit er meteen goed in.

Informele ontmoeting

De Krimpenerwaard is een Zuid-Hollands poldergebied. ‘Om de twee jaar houden we hier een kerkendag voor en door de aangesloten gemeenten. Dit jaar is dat vooral de Krimpenerwaard, maar er komen ook mensen uit de bredere classis Gouda’, vertelt Marianne Terpstra, scriba van diezelfde classis. ‘Door middel van informele ontmoetingen willen we de samenwerking tussen de gemeenten versterken, in de hoop dat ze meer met elkaar gaan delen. Het thema vandaag is dan ook Op weg naar elkaar. Tot nu toe lukt het alle gemeenten nog om zelfstandig te blijven, maar ze kampen wel met verschillende problemen, zoals een afnemend aantal kerkenraadsleden en teruglopende inkomsten. Die thema’s komen vandaag in enkele workshops aan bod.’

Kleine kerkenraden

Naast een luister- en een zangworkshop en een les over meerjarenprognoses, is er deze ochtend ook een workshop met de intrigerende titel De kerkenraad mag wel wat kleiner, geleid door de Haastrechter predikant Jaap Huttenga. Tien belangstellenden uit onder meer Lekkerkerk en Moordrecht schuiven aan en delen hun zorgen. De meesten kunnen niet meer voldoende ambtsdragers vinden.
Huttenga blijkt het actuele kerkrecht goed te kennen. Hij legt uit dat het niet meer vereist is dat de meerderheid in het college van kerkrentmeesters ook ouderling is. ‘Bovendien zijn deelambten mogelijk en kunnen ook niet-ambtsdragers taken uitvoeren, bijvoorbeeld pastoraal werk in de wijk.’ Een van de deelnemers vertelt dat veel gemeenteleden huiverig zijn voor de grote vergaderdruk in de kerkenraad. Huttenga geeft de tip om talent binnen de gemeente te respecteren, ook als iemand niet naar vergaderingen wil of kan. ‘Houd bijvoorbeeld een enquête of leg een talentenbak aan. Zoek niet een persoon bij een taak maar een taak bij een persoon.’
Tijdens de lunchpauze toont Heidi van Duuren, scriba van de gereformeerde kerk in Waarder, zich geïnspireerd door de workshop. ‘Wij hebben nu nog voldoende kerkenraadsleden, maar binnenkort stoppen er twaalf. Daar maken we ons best zorgen over. De workshop gaf goede handreikingen over hoe we de kerkenraad anders kunnen indelen en er meer mensen bij kunnen betrekken. Bijvoorbeeld met speciale taakgroepen. We gaan hier zeker mee aan de slag.’

Stenen of pastoraat?

‘Er bestaan veel emoties rond kerkgebouwen. Het gevaar is vaak dat die emoties een te grote rol spelen en dat er spanning ontstaat rond het verdelen van de beschikbare middelen.’ Met die zin opent Gerrit Oosterwijk, beleidsmedewerker ondersteuning van het Classicaal College Behandeling Beheerszaken (CCBB) Zeeland en Zuid-Holland even later de middagworkshop. Het thema is Hoe staan onze gebouwen erbij? Hij noemt het voorbeeld van twee naburige gemeenten die beide moesten bezuinigen. Ze besloten de twee kerkgebouwen te behouden, maar gingen over op een gezamenlijke predikant. ‘Die keuze had misschien wel andersom moeten zijn’, zegt Oosterwijk. Maar gemeenten bezuinigen ook vaak ten onrechte op onderhoud. ‘Een gezonde verhouding is tweeëntwintig procent voor de gebouwen en vijftig procent voor het pastoraat. Maar sommige gemeentengeven aan het laatste vijfenzeventig procent uit, waardoor ze de klem komen te zitten met onderhoud.’
Als Oosterwijk kerkenraadsleden uit Schoonhoven vraagt of zij zichzelf ooit samen zien gaan met de plaatselijke hervormde kerk, antwoordt dominee Chris Koole dat er een historie van conflicten bestaat tussen beide gemeenten. De workshopleider adviseert intensief met elkaar in gesprek gaan. ‘Als één plus één slechts anderhalf oplevert, geeft dat ledenverlies. Daarom is het belangrijk om beide gemeenten er goed bij te betrekken.’

Nieuwe inzichten

Aan het eind van de dag kijkt Henk Schep, ouderling en kerkrentmeester in Schoonhoven, tevreden terug en alvast wat vooruit. ‘Deze workshops leverden me nieuwe inzichten op. Bovendien vond ik het interessant te horen wat ambtsdragers uit andere gemeenten vertellen. Het is goed dat we elkaar in deze ontspannen sfeer beter leren kennen, want in de toekomst zullen we ongetwijfeld meer met elkaar moeten samenwerken.’

Tips:

  • Laat de deelnemers vooraf actuele thema’s aanleveren. Sluit daar met de workshops op aan.
  • Laat zo veel mogelijk eigen predikanten en deskundigen workshopleider zijn. Zij kennen de problematiek en het geeft een vertrouwd beeld.
  • Nodig plaatselijke maatschappelijk betrokken organisaties, zoals de Wereldwinkel en het hospice, uit om met een informatiestand te komen. 
  • Zorg tijdens de dag voor een gezamenlijke activiteit zoals zingen. Zorg ook voor een goede terugkoppeling aan het eind.

Tekst: Wieger Favier | Fotografie: Yvonne Brandwijk

Dit artikel komt uit het juli-/augustusnummer van woord&weg. Een gratis proefnummer aanvragen? Mail dan naar wew@protestantsekerk.nl.


Mag je alles vragen aan God?

Die vraag stelde Coen Verbraak in het programma ‘Kijken in de ziel’ aan een bevindelijk-gereformeerde dominee, die daar ‘ja’ op antwoordde. Mag je alles vragen? Mag je bidden om regen? Het gebed dat ik schreef vanwege de grote droogte die er heerst in ons land, maakte nogal wat los en laat zien dat mensen in de kerk heel verschillend tegen het gebed aankijken.

Velen waren er blij mee, anderen vonden het een ouderwetse manier van bidden: ‘dit ken ik van vroeger, dit is niet van deze tijd…’

Gebed om zegen

Overigens, wat mij betreft was en is het nog steeds niet een gebed om regen, maar een gebed om zegen, een gebed waarin we ons met alles wat we zijn en voelen en ons zorgen over maken, wijden aan God. Ook dus, ja, met die zorg om de schepping nu de gewassen staan te verdrogen op het land en mensen met een zwakke gezondheid bezwijken onder de hitte en het nodig is met elkaar mee te leven in de zorg die het geeft bij boeren, de zorg die het geeft om ons veranderende klimaat. En ik schat zomaar in dat dit gebed heel anders aankomt in agrarische gebieden, waar mensen de afhankelijkheid van de elementen ondervinden dan in stedelijke gebieden waar het water toch wel uit de kraan blijft komen.

Dit gebed was een momentopname. Ik had wellicht ook wat andere en sterkere accenten kunnen leggen, ik had ons ook kunnen verootmoedigen voor ons aandeel in klimaatverandering; ik had ook kunnen aanvullen dat we in alle extreme omstandigheden ons aan God mogen toevertrouwen, naast droogte ook wateroverlast; ik had het probleem niet alleen voor ons land, maar wereldwijd kunnen benoemen: gemiste regen in ons land geeft immers nog geen hongersnood zoals in Soedan… Tel je zegeningen, zeker…

Ik ben ook eigenlijk wel blij dat dit gebed reacties heeft opgeroepen. Collega’s gaven aan hoe zij dan zouden bidden en dat leverde in de social media nog meer gebeden op, mooi toch? Er wordt weer over bidden gesproken, over wat het voor gelovigen is en wat het niet is en dat is toch winst...

Veilig bidden

En toch… de reacties op dit gebed legden theologische verschillen in onze kerk bloot. Ik vind het best jammer, dat we elkaar in onze uitingen van ons geloof niet altijd kunnen vinden. Ik neem in onze kerk zoiets waar als ‘veilig’ bidden, veilig bidden staat voor mij dan voor zo’n algemeen geformuleerd gebed dat niemand zich er een buil aan kan vallen en God, hoe we Hem of Haar dan ook zien, al helemaal niet. Men heeft moeite met het Godsbestuur omdat men alles in oorzaak en gevolg wil vatten, regen en droogte komen voort uit verkeerd menselijk handelen en mag je dat God in de schoenen schuiven? Bidden is dan alleen nog een indirecte aansporing tot handelen. Het is bidden onder een gesloten hemel, waarin we enkel nog aan God vragen ons wijsheid en moed te geven. Bidden als uiting van onze verantwoordelijkheid, waarbij we het ten diepste niet meer van een hogere macht verwachten.

Geloven is voor mij hartstocht en ik wil met alles in mijn leven bij God betrokken zijn, ik weet Hem ook in alles op mij betrokken en ik wil boven alles zijn Koninkrijk dienen. Deze hartstocht brengt met zich mee, dat ik alles deel wat mij aan het hart gaat. Niet als een vragenlijstje aan God waar Hij aan moet voldoen, dat laat ik uiteindelijk aan Hem. Maar ik noem het wel, ik zou niet anders willen.

Ik vind dat ook terug in het Psalmboek, ik vind dat ook terug in het gebed van een vrouw als Hanna. En als het om er om gaat, hoe dat dan kan werken, wil ik wel een voorbeeld uit mijn eigen leven noemen: ik bad als Hanna ook om een kind en God gaf me het inzicht dat er kinderen op de wereld zijn die graag een moeder en vader zouden hebben en ik ontving de moed om kinderen te adopteren…

Toevertrouwen aan God

Mag je alles vragen aan God? Bidden kan blasfemisch worden. God voor jouw karretje. Je moet ervoor oppassen niet naar jezelf toe te bidden, het gaat uiteindelijk om Gods Koninkrijk en zijn gerechtigheid. Maar soms is je kinderlijk toevertrouwen aan God het enige wat je hebt: ik was in een penitentiaire inrichting en de vrouwen baden heel kinderlijk, heel concrete, vragende gebeden waarvan ik dacht: zou God daar iets mee kunnen? Liturgisch absoluut onverantwoord… Maar ze deden het toch maar en wisten zich met hun God verbonden en ontvingen kracht in hun moeiten.

Als gij voor Hem uw hart uitstort,
vertrouw dat Gij gezegend wordt,
God is een schuilplaats voor ons allen.
Psalm 62: 5

ds. Saskia van Meggelen - preses generale synode

> Lees hier het gebed bij droogte
> Bekijk hier de reacties op facebook op het gebed bij droogte


Megabijbel op Deventer Boekenmarkt

In een metershoge megabijbel kunnen bezoekers van de Deventer Boekenmarkt op 5 augustus de Bijbel ‘beleven’. Deze enorme Bijbel hoort bij de manifestatie ‘Boek der Boeken’ van het Nederlands Bijbelgenootschap en de Protestantse Kerk Deventer. De manifestatie start om 10.00 uur met een viering in de Grote- of Lebuïnuskerk.

De viering schenkt onder meer aandacht aan het jubileumjaar 2018. Precies 1250 jaar geleden bracht zendeling Lebuïnus de Bijbel voor het eerst naar Salland en Deventer. Daarom houdt de Overijsselse provinciedichter en Deventer verhalenverteller Boudewijn Betzema tijdens de viering een ‘Lebuïnusmonoloog’.

De Bijbel ervaren

Na de viering is de Bijbel te ervaren in een vier meter hoge Bijbel Dichtbij. Wie deze Bijbel binnenwandelt, kan via een audiotour van enkele minuten kennismaken met het bijzondere boek de Bijbel. Het Nederlands Bijbelgenootschap – eigenaar van deze megabijbel – geeft bij zijn stand gratis het boekje De Bijbel in één uur weg. Naast de megabijbel is er voor jong en oud nog van alles te beleven. Er worden oude en nieuwe bijbels en andere boeken verkocht, een kunstenaar geeft een diavoorstelling, de kerktoren is te beklimmen en voor kinderen is er een creatieve kinderhoek.

Boekenmarktconcert

Om 14.00 uur en 15.30 uur wordt alles een half uurtje stil gelegd voor het Boekenmarktconcert. Jan Pieterszoon Sweelinck, die gedoopt is in de Lebuïnuskerk, staat centraal in een verrassend programma met werken van Sweelinck en zijn tijdgenoten door het Uriëlconsort, luitenist Michiel Niessen, Anneke Smeets. Daarbij bespeelt organiste Kirstin Gramlich het grote Holtgräve-orgel. De muziek wordt omlijst met sprankelende poëzie uit de 16de en 17de eeuw. De Deventer Boekenmarkt is de grootste van Europa en trok vorig jaar zo’n 130.000 bezoekers. Het programma van de manifestatie met tijden staat op de poster in de bijlage en is te vinden op: bijbelgenootschap.nl/nieuws.

Foto: Peter Heuveling


Dominee Piet de Jong noemt het ambt 'een bizarre roeping'

In zijn boek Sores en Zegen vertelt hij gepassioneerd over zijn liefde voor het ambt en voor de kerk. Van het bevindelijke schuurkerkje in Zeeland tot de missionaire stadsgemeente in Delfshaven. Piet de Jong kent persoonlijke verliezen, maar getuigt ook van vertrouwen in de toekomst van de kerk.

Op uw boek staat voluit ‘dominee’ Piet de Jong. Mails ondertekent u met ‘ds’. Bent u trots op die titel?
‘Met het woordje trots ben ik niet opgevoed, maar het is wel een bijzondere titel. Door de bank genomen ben je als dominee priesterlijk bezig, dienend, luisterend, zegenend. Soms openbaart zich op de kansel het profetische. Daar kun je niet voor studeren, daar kun je alleen maar om bidden. De titel is ook herkenbaar. Zelfs in Rotterdam weten ze dat een dominee iemand is die iets met God heeft, die je iets kan vragen en die niet meteen zegt: “Ben je wel van de kerk?” Ik houd van dat ambt.’

Jan Martijn Abrahamse noemt het ambt een ‘lastige lust of een lustige last’. U noemt het een ‘bizarre roeping’. Waarom?
‘Omdat je de stem van God moet zijn. Dat is een rare pretentie hè, en ook de meest bizarre. En toch kijken de mensen zo naar je. Moet dat mooie ambt nou ontmanteld worden? Dat treurige speeddaten voor jonge collega’s die beroepbaar zijn… Ik houd niet van dat platte. En een zekere hiërarchie is heus niet verkeerd. Jazeker, ik hoop dat wij nog steeds een rolmodel zijn en wie dat een belasting vindt, moet een ander vak kiezen. Jij bent degene die geestelijk leiding geeft. Wie het sacrament bedient, is nog nét niet de Heer. Maar het scheelt niet veel. Die rol heeft een vleug van heiligheid. De Protestantse Kerk is een belangrijke familie binnen de algemene katholieke kerk. Dat zou ik graag zo houden.’

Waar haalt u uw moed over de toekomst van de kerk vandaan?
‘Ik ben van huis uit geen optimist en kan behoorlijk tobben, maar daar moet je niet aan toegeven. Daarom is de belangrijkste aansporing in mijn boekje: hou op met somberen want de mogelijkheden liggen voor het grijpen. Het Koninkrijk komt eraan. Er is veel heimwee, veel verlangen, ook onder seculier denkende mensen. Door de eeuwen heen heeft de christelijke kerk uit kleine groepjes bestaan. Daar moeten we niet over zeuren. In Delfshaven hadden we eerst veel meer ouderen dan jongeren in de gemeente. We kozen ervoor het accent op de jonge mensen te leggen, want ouderen kunnen zich uitstekend met hen identificeren maar andersom niet. Niemand liep weg. Het geheim is dicht bij mensen te staan, de moed te hebben ingewikkelde dingen te bespreken. We hebben veel gebeds- en Bijbelgroepen. Juist jonge mensen, die op zoek zijn naar God en naar zichzelf, komen daarop af. Het moet dan wel over God gaan, dus geen zweverigheid. De kerk is er voor iedereen en iedereen kan meedoen. De gedachte aan de volkskerk heeft mij nooit losgelaten.’

Het rapport Waar een Woord is, is een weg vindt u een ‘voorzet waarbij vooral ruim baan wordt gegeven aan krimpen en marginaliseren’.
‘Ja, dat vind ik dus. Die nota is prima en natuurlijk zijn er maatregelen nodig om de boel op te schudden. Maar dat frame van afslanken… Dat is het fnuikende beeld van een bijna omvallende bank. Als je er zelf niet meer in gelooft, wie dan wel? In sommige avonddiensten zitten misschien dertig mensen. Heb je zo’n groep op een Bijbelkring, dan ben je blij! En als het te duur is om daarvoor de kachel op te stoken, zeg ik: dan doen we gewoon een jas aan.
Die krimpscenario’s wijzen bergafwaarts richting 2030. Moeten we in 2018 al maatregelen nemen die dan misschien nodig zijn? Ik geloof niet in die neerwaartse lijnen, ik zie meer een golfbeweging. Er komen altijd andere tijden, andere mensen. Oefen geduld. Heb vertrouwen in de plaatselijke gemeente. Laat iedereen meedenken. Overal zijn vrijwilligers bezig om de klok te luiden, het dak te repareren. Vorm een pool van predikanten die gratis willen voorgaan in gemeenten die het financieel moeilijk hebben. Ik denk vaak aan het verhaal over het dochtertje van Jaïrus. Jezus zegt: “Het kind is niet gestorven maar het slaapt.” Om vervolgens naar binnen te gaan, gevolgd door slechts drie leerlingen.’

Wat heeft het schrijven van dit boek u opgeleverd?
‘Ik werd verrast door mijn eigen positieve emotie. Alles overziend, denk ik dat ik niet veel veranderd ben. Maar ik heb wel geleerd een stevige mening te ontwikkelen; ik ben niet zo van enerzijds-anderzijds, al vindt niet iedereen dat leuk. Ook heb ik geleerd om beter te luisteren. Ik zat eens bij het ziekbed van een oude vrouw. Ze zei: “U zegt niet veel hè, dat leren ze je zeker op de universiteit. Maar als u hier bent, wil ik dat u een woord van God spreekt.” Zij had gelijk: ik zat inderdaad in de passieve luisterhouding. Toen hebben we samen uit de Bijbel gelezen en gebeden. Er zijn nog maar weinig mensen die hardop voor elkaar bidden.’

Waaruit put u in deze fase van uw leven de meeste kracht?
‘Ik werd eind februari geopereerd, aan het begin van de veertigdagentijd. Ik las deze tekst: Wees mijn beschuttende rots. En ook: Roep je Mij aan, Ik luister naar jou. Ik wil maar zeggen: die woorden geven houvast. Er zijn eeuwige handen om ons heen die ons dragen.’

In ’t kort
Pieter L. de Jong (1947) studeerde theologie in Utrecht. Hij was gemeentepredikant in Laar (Duitsland), Asperen, Nunspeet, Rotterdam-Delfshaven en Wijk bij Duurstede. Nu is hij interim-predikant in Oud-Vossemeer. Als synodelid was hij actief betrokken bij de totstandkoming van de Protestantse Kerk in Nederland. Piet de Jong is redacteur van het tijdschrift Kontekstueel en schreef meerdere boeken, waaronder Stadspelgrims (2012). Recent verscheen Sores en Zegen, mijn verhaal met de kerk (Boekencentrum, � 17,99).

 

Artikel uit woord&weg juli/augustus 2018. >Vraag hier gratis een proefexemplaar aan.


Gebed bij droogte

"Nu hitte en droogte ons land teisteren wenden we ons tot U met onze zorg om de gewassen die staan te verpieteren op het land, met onze angst dat wie oud en zwak zijn het niet gaan redden, met onze bezorgdheid om een veranderend klimaat, om een kwetsbare Schepping."

De Protestantse Kerk ontvangt deze dagen telefoontjes en mailtjes van bezorgde leden. Bezorgdheid over de warmte en de droogte van dit moment. Bezorgdheid over de opwarming van de aarde. Bezorgdheid over de gewassen op het land. 

Gebed bij droogte

Levenbrengende God,

Aan U behoren wij toe in alle omstandigheden van het leven.
Nu hitte en droogte ons land teisteren wenden we ons tot U
met onze zorg om de gewassen die staan te verpieteren op het land,
met onze angst dat wie oud en zwak zijn het niet gaan redden,
met onze bezorgdheid om een veranderend klimaat, om een kwetsbare Schepping.
Zie om naar ons land, o God,
wil voorzien in wat wij nodig hebben.
Laat uw zegen neerdalen en onze gronden vruchtbaar maken.
Laat ons niet blijvend dorsten.
Houd ons bijeen in onze zorg om elkaar,
dat we oog houden voor wat een ieder nodig heeft
deze dag en de dagen die komen.
Levenbrengende God,
in deze moeitevolle omstandigheden vertrouwen we onszelf aan U toe.
Amen.

Ds. Saskia van Meggelen, preses generale synode

> Lees hier de reacties op facebook op dit gebed
> Naar aanleiding van de reacties op dit gebed schreef ds. Van Meggelen de blog 'Mag je alles vragen aan God?'

 


Ds. René de Reuver interviewt bisschop Michael Curry

Wie is de man achter de preek voor prins Harry en Meghan Markle? Wat maakte dat zijn preek miljoenen raakte? Wat is zijn geheim?

De EO is in juli 2018 naar New York gereisd voor een interview met bisschop Michael Curry. De resultaten van deze ontmoetingen worden verwerkt in een tweetal programma’s die de EO dit najaar uitzendt. Dit zijn tevens de allereerste interviews met bisschop Michael Curry op het Europese vasteland sinds zijn bijzondere optreden in de huwelijksdienst aan het Engelse hof. Beide programma’s hebben elk een eigen aanleiding.

Boodschap voor Nederland

Op zondag 16 september - wanneer de Nederlandse kerken in het kader van Kerkproeverij actief mensen uitnodigen om naar de kerk te komen - gaat ds. René de Reuver, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland in gesprek met zijn Amerikaanse collega Michael Curry. Wat drijft Michael Curry en heeft hij ook een boodschap voor Nederland en onze kerken en voorgangers?

Amazing Grace

Op zondag 14 oktober heeft bisschop Michael Curry een persoonlijk gesprek met presentatrice Minella van Bergeijk (EVA Magazine). Wat betekent het lied Amazing Grace voor hem? Herkent hij zich in de bevrijding waar dit lied over spreekt? De EO start met dit korte programma het project moderne slavernij - why slavery? In deze week zendt de EO dagelijks een documentaire uit over moderne slavernij en verzorgt de EO iedere dag een korte reportage over moderne slavernij in Nederland.

Uitzendgegevens

  • Zondag 16 september, 12.00 uur, NPO 2: De man achter de preek voor Harry en Meghan - en zijn boodschap voor Nederland
  • Zondag 14 oktober, 12.00 uur, NPO 2: Amazing Grace - een lied van bevrijding


‘De gemeente moet kunnen zingen’

Al meer dan 45 jaar is organist Ger Blok de steun en toeverlaat van ‘zijn’ kerk. Hij speelt er niet alleen op het klavier maar voert als dirigent ook het koor aan. “Hoe ik het volhoud? Ik doe het met plezier!”

De functie van organist is onmisbaar in de Protestantse Kerk: in vrijwel alle gemeenten wordt de gemeentezang door een kerkorgel begeleid. Zo ook in het Brabantse Oudenbosch. Toen Ger Blok (73) en zijn vrouw hier ruim 45 jaar geleden vanuit Rotterdam kwamen wonen, vroeg de enige organist van de hervormde kerk al snel of hij kon inspringen. “Ik was al enige jaren tweede organist geweest van de Oude Kerk in Charlois en vond het fijn hier weer te kunnen spelen.”

In de rubriek 'Steunpilaar' in het magazine Petrus wordt steeds iemand achter de schermen geportretteerd. De vrijwilliger die in duizend-en-een commissies zit bijvoorbeeld, de organist die wekelijks de sterren van de hemel speelt, de koster die het gebouw op z’n duimpje kent. Kent u ook zo iemand? Mail naar petrus@protestantsekerk.nl.

 

Ger bereidt zich altijd goed voor. “Ik speel natuurlijk de melodie, maar ik kijk ook naar de teksten die we gaan zingen. Soms is het eerste couplet bijvoorbeeld een lofzang, maar het volgende couplet heel anders, helemaal niet juichend. Daar doe ik wat mee in de begeleiding - in de registraties of in het tempo. Ik vind het heel belangrijk dat de gemeenteleden dit kunnen merken. Ik kan het ze moeilijk vertellen, want ik zit boven achter het orgel. Via een spiegel kan ik de kansel en de tafel zien, en daar houdt het mee op. Ik speel ook in Oud-Gastel, waar de situatie anders is. Als ik daar bijvoorbeeld merk dat een lied wat ontspoort, stop ik ermee, draai me om naar de gemeente en roep: ‘Dat gaat niet goed, zal ik het nog eens voorspelen?’”

Prachtig maar prijzig

Het orgel neemt een grote plaats in Gers leven in. Momenteel niet letterlijk overigens: vanwege een recente verhuizing naar een kleinere woning is de piano die het vorige huis sierde - een familiestuk - naar zijn dochter gegaan en beschikt hij alleen nog over een keyboard. Ger is op zoek naar een orgel voor in het nieuwe huis. Maar dat luistert nauw. “Je hebt tegenwoordig het Hauptwerk-orgel, een computerorgel met zogenaamde samples, geluiden die men met kerkorgels opneemt. Zo’n orgel benadert het pijporgel. Prachtig, maar heel prijzig. Een enkele keer staat er een mooie aanbieding op Marktplaats. Dat kan een goede optie zijn, maar er kan ook wat aan mankeren … Misschien kies ik wel voor een elektronisch orgel.”

In zijn ouderlijk huis stond een harmonium, zoals bij veel gezinnen in die tijd. “Mijn vader speelde er graag op maar deed dat uit z’n hoofd. Ik mocht naar de muziekschool.” Daar werden hem de beginselen van de muziek bijgebracht. Pas in het derde jaar moest hij voor een instrument kiezen. “Dat was voor mij niet moeilijk.” Het harmonium van het gezin was maar eenvoudig. Daarom kreeg Ger les bij een leraar thuis, de organist van de Wilhelminakerk in Rotterdam Feyenoord, Frits Willebrands. “Er is een periode geweest dat ik voetballen leuker vond, maar m’n ouders hoefden me niet achter de broek te zitten om te oefenen.”

Uitkomst

Na de middelbare school was het Gers wens om schoolmuziek te studeren. “Maar zes jaar studeren aan het conservatorium was een te grote financiële belasting voor mijn ouders. Ik was inmiddels te laat met inschrijven voor de kweekschool, dus ben ik maar een baantje gaan zoeken.” Bij de grote drukkerij waar Ger toen terechtkwam, had hij het zo naar zijn zin dat hij na een jaar niet alsnog voor de kweekschool koos. Via een omweg kwam hij later toch in het onderwijs terecht. Hij schoolde zich bij tot docent informatica en economie en gaf les op het Mercatus College in Rotterdam. Vanwege zijn orgelervaring mocht hij daar later ook muzieklessen geven.

In zijn militaire diensttijd bood het orgel soms ook uitkomst. “Ik kon me aan allerlei dingen onttrekken. Eens per maand was er een speciale dienst voor alle militairen. Mij werd gevraagd of ik orgel wilde spelen. Dat wilde ik, maar ik moest me natuurlijk voorbereiden. Vanwege alle kerstvieringen bracht ik een keer met Kerst drie dagen door in de kerk in plaats van in de kazerne.”

Van ons samen

Is de functie van organist niet wat eenzaam? “Nu onze gemeente een combinatie vormt met Oud-Gastel en Kruisland, ben ik niet meer de enige organist, dat scheelt. En ik overleg natuurlijk met de predikanten. Zij vragen vaak of een bepaald lied wel goed te zingen is, en of ik een passend lied weet. Soms stel ik zelf een ander lied voor dan opgegeven. Dat geeft het gevoel dat de gemeentezang iets van ons samen is.” 

Met Kerst, Pasen en Pinksteren zingt het koor waarvan Ger de dirigent is. “Het is een gemengd koor van ongeveer 25 leden. En ja, zoals bij veel koren zijn de meeste leden niet zo jong meer. Maar we zingen met plezier, ook tijdens de wekelijkse koorrepetities.”

Met de komst van het Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk zijn er veel nieuwe liederen bij gekomen. Liederen uit andere stromingen, maar ook uit andere landen met een heel andere muziekcultuur. Ger: “Ik moet daar wel induiken voordat ik het kan spelen. Maar dat vind ik een verrijking.” Een onbekend lied is voor hem geen reden om het niet te zingen. “Ik kan een nieuw lied één of twee keer voorspelen, dan zingt de gemeente het ook.” 

Twee keer bidden

En dat is waar Ger warm voor loopt: de begeleiding van de gemeente, waardoor de mensen goed en met plezier zingen. “Ik ben geen concertorganist, vraag me niet om allerlei moeilijke stukken te gaan spelen. Maar de gemeente moet kunnen zingen. Het geeft me plezier om dat mogelijk te maken. Ik hoor gelukkig regelmatig na de dienst dat we weer fijn hebben gezongen vandaag. 

Ik zing zelf ook graag. Niet luidkeels achter het orgel, maar wel als gemeentelid in de kerk of als ik voor het koor moet voorzingen. Zingen is voor mij twee keer bidden. Het geloof is mijn basis. In mijn orgelspel komt alles samen.”

Tekst: Janet van Dijk | Foto: Ton Stanowicki

Een gratis abonnement op Petrus aanvragen? Ga dan naar www.petrusmagazine.nl.


Ds. Albert van de Heuvel was 70 jaar geleden aanwezig bij de oprichting van de Wereldraad van Kerken

Op 23 augustus 1948 werd de Wereldraad van Kerken opgericht in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, nu zeventig jaar geleden. Met gasten uit de hele wereld, een kerkdienst in de Nieuwe Kerk en een Walk of Peace door de stad wordt dit jubileum gevierd.

Albert van den Heuvel was er 70 jaar geleden bij. Als steward, 16 jaar oud, hielp hij de toenmalige gasten hun weg te vinden in Amsterdam en wees hij deelnemers hun plaats aan. Hij kwam er voor op de fiets van Utrecht naar Amsterdam.

Zo bracht hij de bekende Duitse theoloog Martin Niemöller vanuit zijn hotel naar de Nieuwe Kerk. Niemöller had zich tegen het naziregime verzet en was al in 1937 gevangen gezet na een preek waarin hij de Führer fel bekritiseerde. Hij zat in totaal zeven jaar in concentratiekampen. Er waren bij de oprichting veel meer deelnemers uit Duitse kerken aanwezig. Zo vlak na de Duitse bezetting was dat heel bijzonder. Voor Albert van den Heuvel was het een eerste kennismaking met hen.

120 verschillende kerken

De oprichting van de Wereldraad van Kerken (World Council of Churches) was wereldnieuws. Er kwamen christenen uit alle werelddelen. Samen vertegenwoordigden zij zo’n 120 verschillende kerken. Dat was nog niet eerder gebeurd.

‘De Russisch-orthodoxe kerken deden in de beginjaren nog niet mee’, vertelt Van den Heuvel. ‘Zij sloten zich pas aan in 1960 toen de Koude Oorlog eindelijk wat op zijn retour was. De rooms-katholieke kerk is nooit toegetreden. Zij vonden dat christelijke eenheid bereikt zou moeten worden door terugkeer van alle gelovigen 'in de schoot van de moederkerk', de rooms-katholieke kerk. Het Vaticaan verleende daarom geen toestemming aan rooms-katholieken om deel te nemen aan de assemblées van 1948 en 1953. Wel verbleef bij de oprichting kapelaan Willebrands in hotel Krasnapolsky op de Dam. Zo toonde de rooms-katholieke kerk toch haar betrokkenheid. Hij werd op de hoogte gehouden van de inhoud van de vergaderingen.’

Paus Johannes XIII bracht verandering. Hij verzocht andere kerken en de Wereldraad om waarnemers naar het Tweede Vaticaans Concilie te sturen. De aanvaarding van het decreet over de oecumene door het Concilie leidde tot een gemeenschappelijke werkgroep met verschillende subcommissies. Dit was allemaal gericht op toekomstige samenwerking. Uiteindelijk is de rooms-katholieke kerk niet toegetreden. Maar er zijn wel vormen van samenwerking gevonden en het Vaticaan heeft permanent een waarnemer bij de Wereldraad.

Inspirerende oecumenische beweging

Bij de oprichting in 1948 waren er niet alleen veel gasten van over de hele wereld, er kwamen ook duizenden mensen luisteren bij de bijeenkomsten. Albert van den Heuvel wist een ding zeker: voor deze inspirerende oecumenische beweging wil ik later ook werken. In 1958, na een studie theologie in Utrecht en een afsluitend jaar in New York waar hij kennismaakte met Amerikaanse kerken, werd dit werkelijkheid. Van den Heuvel werd in 1960 directeur van het Jeugddepartement en in 1965 van het Communicatiedepartement van de Wereldraad.

Verzet

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog was er al een Wereldraad van Kerken in oprichting. De latere eerste secretaris van de Wereldraad, de Nederlandse theoloog Willem Visser ’t Hooft, was hierbij betrokken. De Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer was jeugdsecretaris. Hij zou de oorlog niet overleven vanwege zijn verzet tegen de nazi’s. In Genève werd een klein bureau ingericht, dat in de oorlog uitgroeide tot een plek van waaruit verzet tegen de nazi’s werd georganiseerd. De Nederlandse studente theologie Hebe Kohlbrugge raakte daarbij betrokken. Zij kwam voor de oorlog in contact met Martin Niemöller en zijn verzetsactiviteiten. In Nederland werd zij zelf een spil in het verzet. Ze nam het initiatief om een verbindingslijn op te zetten waarmee microfilms met door het verzet verzamelde informatie van Nederland naar Zwitserland werden gestuurd. Deze berichtenlijn werd de Zwitserse Weg genoemd. Het eindpunt van de lijn was bij de in Genève wonende Visser ’t Hooft.

Wereldgeschiedenis

Zo schreef de Wereldraad al vanaf het allereerste begin wereldgeschiedenis. Dat zou in de jaren die volgden zo blijven. Van den Heuvel: ‘In 1948 was de grote drijfveer van de oprichters: nooit meer oorlog. Om dat te realiseren wilden ze kerken van over de hele wereld samenbrengen om hen met elkaar kennis te laten maken en vijandschap te overwinnen. Dat was het visioen dat aan de wieg stond van de Wereldraad. In de afgelopen zeventig jaar was de Wereldraad betrokken bij vredesonderhandelingen, wereldvoedselconferenties en andere projecten voor vrede en gerechtigheid.’

Kerken uit de vroegere koloniën werden zelfstandig lid. Het aantal deelnemende kerken aan de Wereldraad groeide zo uit tot ongeveer 350 aangesloten kerken. Deze kerken vertegenwoordigen zo’n 560 miljoen christenen. Eens in de zeven jaar komen al deze kerken samen voor een assemblee. Elk assemblee heeft een eigen thema. Het thema van de laatste is ‘Pelgrimage van gerechtigheid en vrede’.

Jubileumactiviteiten

De Raad van Kerken Amsterdam organiseert samen met de Protestantse Kerk Amsterdam, PAX Nederland en de landelijke Raad van Kerken op donderdagmiddag 23 augustus een Walk of Peace (wandeling van Vrede & Gerechtigheid) door de oostelijke binnenstad van Amsterdam langs gedenkwaardige plekken. Er is aandacht voor onrecht en geweld in verleden en heden. Maar ook voor concrete kerkelijke inzet voor gerechtigheid en vrede. De wandeling laat zien wat vanuit oecumenisch perspectief van belang is in de geschiedenis van Amsterdam. De wandeling houdt halt bij gedenkplaatsen van de Jodenvervolging, bij het Wereldhuis, Sant´Egidio, de Armeense Kerk, het Goodwillcentrum van het Leger des Heils/Drugspastoraat. Op al deze plekken is iets te doen en te beleven.

De Walk of Peace begint in de Hoftuin (achter de Hermitage) en eindigt op de Dam. Iedereen is van harte welkom om mee te lopen. Om 12.30 uur verzamelen in de Hoftuin. De wandeling gaat vandaaruit in kleine groepen. U kunt zich hier aanmelden 

Aansluitend aan de wandeling vindt om 16.00 uur in de Nieuwe Kerk een feestelijke internationale (Engelstalige) viering plaats. Ook daar kunt u aan deelnemen. 

Bron: Kerk in Mokum


Nieuwe energie voor dorpskerken

Het versterken van de honderden kleine dorpskerken in Nederland, dat is het doel van de dorpskerkenbeweging. “Dorpskerken lijken wel eens te vergeten hoe relevant ze zijn.” Een tweegesprek met projectleider Nadine van Hierden en promovenda Jacobine Gelderloos.

Een dorpskerkenbeweging… Hoe is dat idee ontstaan?
Nadine: “We merken dat veel kleine gemeenten worstelen met organisatievragen. Hoe vinden we voldoende ambtsdragers? Hoe kunnen we samenwerken met andere gemeenten in de buurt? We willen graag een platform bieden waar deze kerken ervaringen met elkaar kunnen delen en elkaar kunnen helpen en inspireren. Want juist die honderden dorpskerken zijn ontzettend relevant voor hun omgeving. Dat laat het onderzoek van Jacobine goed zien.”
Jacobine: “De meeste kerken vervullen meer maatschappelijke functies dan ze denken: door hun diaconale projecten en activiteiten, maar ook alleen al door de zichtbare aanwezigheid van hun kerkgebouw. Kerken mogen er trots op zijn dat zij er zijn, terwijl veel voorzieningen in de omgeving verdwijnen.” 

Jacobine Gelderloos
Jacobine Gelderloos promoveert in september op een onderzoek over hoe de kerk kan bijdragen aan de leefbaarheid van het dorp. Tijdens de dorpskerkendag op 24 september wordt haar boek gepresenteerd: Sporen van God in het dorp. Nieuwe perspectieven voor kerken op het platteland. Meer weten? Ga naar protestantsekerk.nl/dorpskerken.

 

Jacobine, je boek heeft als ondertitel ‘Nieuwe perspectieven voor kerken op het platteland’. Wat zijn die nieuwe perspectieven?
Jacobine: “Dorpskerken kunnen hun maatschappelijke betekenis nog verder versterken, door oog te hebben voor de vragen die spelen in hun eigen context, bijvoorbeeld rondom vergrijzing of industrialisering. En door vervolgens de vraag te stellen: hoe raakt ons dat? Zo hebben de kerken in Groningen het ‘Platform Kerk en Aardbeving’ opgericht en zijn ze betrokken bij het Groninger Gasberaad. Zij vragen aandacht voor de mensen die door de gaswinning en de aardbevingen getroffen zijn, en willen hen waar dat kan een luisterend oor of praktische hulp bieden.”
Nadine: “Juist die lokale geworteldheid van dorpskerken is een kracht. In het verleden werd vaak tegen kleine gemeenten gezegd: ga fuseren of zoek een vorm van samenwerking met andere gemeenten. Nu zeggen we: samenwerken is heel belangrijk, maar tegelijkertijd is het óók belangrijk om lokaal geworteld te blijven. Heel praktisch: als je elk jaar een dienst in streektaal houdt met de muziekvereniging, of elk jaar met Hemelvaart gaat dauwtrappen, blijf dat vooral doen.”
Jacobine: “Maar zet het ook eens in de lokale krant! Dan kunnen andere dorpsbewoners ook aansluiten.”*

Wat gaat dit initiatief praktisch voor dorpskerken betekenen?
Nadine: “De dorpskerkenbeweging is een beweging van, voor en door dorpskerken. Dat betekent dat veel mogelijk is. Het wordt geen project dat we landelijk gaan ‘uitrollen’. Wel komen er drie dorpskerkambassadeurs, die mee kunnen denken en goede verhalen en voorbeelden bij kerken gaan ophalen. Dat gaat om heel praktische dingen: denk aan een draaiboek voor een debatavond, een brief om contact te leggen met de school… De dorpskerkambassadeurs worden geen nieuwe gemeenteadviseurs, daar hebben ze de capaciteit niet voor. Maar je kunt straks als dorpsgemeente wel een beroep doen op iemand die jouw dorpscontext snapt, en die van buiten met je mee kan kijken.
Daarnaast organiseren we op 24 september een eerste dorpskerkendag. En ook online komt er een platform: een website om ervaringen te delen, waarop je verhalen van de dorpskerkambassadeurs kunt lezen, en waar specifieke handvatten en werkvormen beschikbaar zijn.”
Jacobine: “Dan gaat het bijvoorbeeld om het zoeken van raakvlakken in het dorp: kun je aansluiting zoeken bij de dorpsvereniging, bij de fanfare, bij de bibliotheek? Of kun je mensen betrekken bij een feest als Kerst of bij een herdenking met Allerheiligen?”

Over hoeveel kerken hebben we het eigenlijk?
Nadine: “Er zijn ruim vijfhonderd protestantse dorpskerken in Nederland. Als veel kerken aanhaken bij de dorpskerkenbeweging, kan die helpen om nieuwe energie aan te boren. Om de vragen te stellen: ‘Waarom doen we eigenlijk wat we doen? Waar dromen we van?’ Maar tegelijkertijd ook heel praktisch: ‘Wat kunnen we van elkaar leren? Welke nieuwe ideeën kunnen we opdoen?’ Daarnaast is het bij veel dorpskerken niet bekend dat ze aanspraak kunnen maken op geld uit de Solidariteitskas, voor toekomstgerichte projecten. Dat willen we heel graag onder de aandacht brengen. De dorpskerkenbeweging wil dorpskerken helpen te floreren in de omgeving waar zij kerk zijn.”

Dit artikel komt uit het juli-/augustusnummer van woord&weg. Een gratis proefnummer aanvragen? Mail dan naar wew@protestantsekerk.nl.


Nieuws! > Kerknieuws / Nieuws / Agenda / Verbinding

Zoeken

Diensten!

Kerk aan Kerkplein te GrijpskerkOp zondag 19 augustus beginnen we om 09:30 in de kerk aan het Kerkplein te Grijpskerk, waar ds. A. Landman hoopt voor te gaan. Thema: zomerdienst/zomervakantie


Overzicht kerkdiensten.

Laat de Bijbel spreken

Omzien naar elkaar

Noaberschap: uw ogen en oren zijn nodig! Laat via ons meldpunt weten wie extra aandacht en zorg nodig heeft.

backtotop