Kerknieuws

Mozaïek van kerkplekken: nieuwe en bestaande vormen van kerk-zijn

Kerk-zijn met nieuwe en bestaande vormen naast elkaar. Wat kan wel en wat niet binnen onze kerk? De Protestantse Kerk wil het gesprek over deze vragen aangaan, en u kunt meepraten.

De afgelopen tien jaren heeft in de Protestantse Kerk een cultuurverandering vorm gekregen. Gedragen door drie achtereenvolgende visienota’s is ruimte gemaakt voor nieuwe vormen van kerk-zijn. Inmiddels zijn er circa honderd pioniersplekken en evenzoveel kliederkerken. Ook zijn er monastieke initiatieven en leefgemeenschappen. Zo ontstaat een mozaïek van kerkplekken met een eigen vorm en kleur, samen vormen ze een geheel. Daarbij zou samen kerk-zijn meer moeten zijn dan onverschillig langs elkaar heen leven.

Papierwinkel

In Nieuw-Vennep ontstond veertien jaar geleden al een nieuwe geloofsgemeenschap in een Vinexwijk, naast en vanuit de dorpskerk. Toen deze geloofsgemeenschap volwassen werd, rees de vraag hoe daar kerkordelijk gestalte aan gegeven kon worden. Gekozen werd voor een gemeente met twee wijken, om op die manier ook de samenhang met de dorpskerk vast te houden. In de praktijk bleek het echter zeer complex om dat te realiseren. En toen het eenmaal zover was, ontstond er frustratie over de gemaakte keuze; het model leidde namelijk tot een vooral bureaucratische relatie. Binnen die relatie liep het niet lekker vanwege verschillende culturen in de manier van werken. Daar kwam bij dat de gewenste gezamenlijke werkwijze ook nog vastliep in de bovenplaatselijke kerkstructuur en -cultuur. Er werd wel aansluiting gezocht maar niet echt gevonden. Het gevolg was dat de relatie tussen de twee wijkgemeenten steeds meer werd bepaald door gedoe rond de hele papierwinkel, terwijl er juist een sterk verlangen was om inhoudelijk met elkaar op te trekken. Naar een goed antwoord op de vraag ‘hoe nu verder?’ wordt gezocht.
De situatie in Nieuw-Vennep is de voorbode van wat meer kerken mee gaan maken in de huidige kerkordelijke setting.

Waardevol

Martijn Vellekoop is coördinator Missionair binnen de dienstenorganisatie. Hij herkent een situatie zoals in Nieuw-Vennep. Hij leidt het gesprek in de kerk over het ontstaan van nieuwe kerkplekken en hoe vorm te geven aan de relatie met bestaande kerkplekken. ‘We zijn natuurlijk dankbaar voor de ontwikkeling van al deze nieuwe vormen van kerk-zijn. Tegelijk levert het spanningen en vragen op. Moet elke pioniersplek een ‘normale’ gemeente worden? Is er sprake van onderlinge concurrentie? Mag alleen een predikant sacramenten als doop en avondmaal bedienen? Moeten nieuwe vormen onder de verantwoordelijkheid van bestaande gemeenten blijven vallen? En hoe wordt de stem van deze nieuwe kerkplekken gehoord in de classes en de synode?’
Het is nodig om met deze vragen aan de slag te gaan. ‘In de nota Kerk 2025 staat dat de nieuwe vormen van kerk-zijn niet onnodig belast moeten worden met bestaande kerkelijke gewoonten, structuren en organisatie. Ze moeten de kans krijgen te groeien op een manier die recht doet aan de mensen die er onderdeel van uitmaken. Het gesprek hierover is spannend, want het vraagt van ons om zaken die we waardevol vinden ter discussie te stellen. Tegelijk is dat nodig om een verdere ontwikkeling mogelijk te maken.’

Knelpunten en dilemma’s

Het moderamen van de generale synode heeft in december 2017 opdracht gegeven om te verkennen wat het betekent om kerk te zijn met bestaande en nieuwe vormen van kerk naast elkaar. Vellekoop: ‘En die verkenning begint natuurlijk bij de praktijk, bij de mensen die hier al ervaring mee hebben.’ Op 25 plaatsen in het land is het gesprek begonnen met deze mensen-van-de-praktijk. De knelpunten en dilemma’s zijn daarbij gegroepeerd in drie thema’s: “gemeenschapsvorming”, “netwerken en lidmaatschap, ambten, sacramenten en de rol van predikanten” en “organisatie, besluitvorming en bestuur in de kerk”’. Een en ander resulteert in september in een rapport met een schets van de praktijk, reflectie en oplossingsrichtingen.
Vellekoop: ‘Vanaf september wordt naar aanleiding van dit rapport het gesprek gevoerd, onder andere tijdens gespreksbijeenkomsten op verschillende plekken in het land. We roepen kerkenraadsleden, leden van pionier- en kliederkerkteams, predikanten en bestuurders van kerkelijke organisaties op om mee te praten. De centrale vraag is welke winst en knelpunten er in de praktijk zijn rond zo’n ‘mozaïek van kerkplekken’ en wat nodig is voor een verdere ontwikkeling hiervan. In november vindt vervolgens een bespreking plaats tijdens de synode. Dit jaar besluiten we nog niet over mogelijke aanpassingen in ons kerk-zijn, eerst maar eens in gesprek.’

Symposium

Op woensdag 30 mei werd een symposium georganiseerd rond de eerste resultaten van de praktijkverkenning. Meer over de onderzoeksresultaten leest u hier: Ambten niet vanzelfsprekend bij nieuwe kerkplekken.

Meer weten over de meepraat-avonden? Kijk op protestantsekerk.nl/kerkplekken.

Dit artikel komt uit het juninummer van woord&weg. Een gratis proefexemplaar aanvragen? Mail naar wew@protestantsekerk.nl.


Wie stuurt de dominee bij?

Sinds het jaargesprek tussen predikant en kerkenraad in 2012 is ingevoerd, voelt het voor sommige kerkenraden nog steeds onwennig. Uitstellen, overslaan, zoeken naar andere vormen of gewoon doen?

‘Waarom zo negatief framen’
Pieter J. Huiser, voorzitter van de Bond van Nederlandse Predikanten
‘Ik verbaas me over de insteek van dit dilemma. Het framen van een predikant als iemand die kennelijk bijgestuurd moet worden. Waarom zo negatief? Het valt ons als bestuur van de Bond van Nederlandse Predikanten op dat in veel officiële stukken vooral over de predikant gesproken wordt in de context van problemen in de gemeente.
Tijdens het jaargesprek kunnen ongewenste patronen in het werk van de kerkenraad als geheel aan de orde komen. De onwennigheid komt vooral voort uit het feit dat een jaargesprek, hoe zorgvuldig ook omschreven, zoveel lijkt op een beoordelingsgesprek, dat veel kerkenraadsleden het als zodanig ervaren. Men wordt in een rollenspel gedrongen waarbij kerkenraadsleden al snel in de rol van werkgever en de predikant in de rol van werknemer worden gezet.
Susanne Freytag en Sjaak Verwijs hebben er in ons blad Predikant en Samenleving voor gepleit om te werken aan een cultuur van feedback die verder gaat dan een ongemakkelijk gesprek per jaar. Zo zijn er kerkenraden die standaard het agendapunt ‘wat in de gemeente leeft’ op de agenda hebben staan. Daarbij delen de kerkenraadsleden met elkaar wat ze aan positieve en kritische opmerkingen hebben gehoord. Of houd eens per maand een vragenuurtje na de dienst.’

‘Maak er een feestje van’
Jacques Uitterlinde, diaken in de Waalse Gemeente Dordrecht-Breda
‘Het jaargesprek is niet populair bij kerkenraden. Dat komt doordat het lijkt op een functioneringsgesprek en dat voelt vervelend. Maar de kerkorde helpt geweldig om te zien wat dat jaargesprek echt inhoudt: een gesprek op basis van gelijkwaardigheid tussen de ambten, over de kwaliteit van de kerkenraad en het welbevinden van de deelnemers. Op die manier zijn wij het jaargesprek ook ingegaan; evalueren hoe het met ons gaat. Na de kerkdienst die zondag gingen de leden van de kerkenraad en de predikant in conclaaf. Natuurlijk was er eerst koffie en thee met iets lekkers erbij. Twee weken van tevoren waren er vragenformulieren uitgedeeld over hoe we vinden dat we met elkaar functioneren, hoe ieder zijn eigen rol daarin ziet. Dat hebben we in groepjes besproken en daar hadden we echt anderhalf uur voor nodig. Na een plenaire afronding waren we unaniem van mening dat we dit elk jaar moeten doen. Het is prettig dat we elkaar kunnen zeggen wat ons op het hart ligt. Een jaargesprek krijgt zo een heel andere gevoelswaarde. Tot slot hebben we met onze partners, de organist, de koster en vrijwilligers heerlijk gegeten in de kosterij. Doen dus, dat jaargesprek. Maar maak er een feestje van.’

‘Reflecteren op het eigen functioneren hoort erbij’
Gerrit van Meijeren, predikant voor het beroepingswerk in de Protestantse Kerk
‘Mijn eerste associatie is: het gaat om vertrouwen. Je spreekt met elkaar over de taken die aan de predikant en/of de kerkelijk werker zijn toevertrouwd. Dat vraagt om een open en veilige setting en de bereidheid om voor elkaar goede gespreksgenoten te zijn. Er zijn gemeenten waar het jaargesprek nog geen praktijk is. Hoe komt dat? Predikanten zijn soms bezorgd dat het een functioneringsgesprek wordt. Dat de controle de boventoon voert en zij als werknemer worden gezien. Bij kerkenraadsleden is er soms sprake van verlegenheid. Hoe moet je zo’n jaargesprek aanpakken? Ben ik wel een gelijkwaardige gesprekspartner voor de predikant?
Wat kan helpen is het jaargesprek zien als een onderdeel van een veel bredere terugblik op het werk in de gemeente. Een echt gesprek is bovendien wederkerig. Verder hoort reflectie op het eigen functioneren bij de professionaliteit van de predikant. De vrijheid van het ambt sluit niet uit dat er met de dominee wordt gesproken over hoe het gaat en op welke manier hij of zij het ambt invult. Een goede voorbereiding is essentieel. Er is een praktische gids Jaargesprekken beschikbaar en het Protestants Centrum voor Toerusting en Educatie (PCTE) biedt kerkenraadsleden een masterclass aan. Nog een idee: kies een externe gespreksleider om de ontmoeting de ruimte te geven.’

‘Als er iets is, bespreken wij dat direct’
Albert Meijering, kerkenraadsvoorzitter Protestantse Gemeente Zuiderkerk Nieuw-Amsterdam/Veenoord
‘Er is geen gezagsverhouding tussen predikant en kerkenraad, maar de kerkenraad blijft wel verantwoordelijk. Het dilemma is dus veeleer dat de predikant niet in loondienst is bij de kerkenraad. Als je een echte werkgever-werknemer-verhouding zou hebben, dan kun je drie waarschuwingen geven en daarna is het ontslag. In het verleden heb ik dat wel meegemaakt. Als een predikant dan niet wil meewerken, loop je vast en moet je een verzoek doen tot losmaking. Dat is een heel stroperige weg. Wat heeft een voortgangsgesprek voor zin als je geen middelen hebt om te handhaven?
In overleg met de predikant hebben wij ervoor gekozen geen jaargesprekken te houden. Als er iets is, wordt dit direct besproken binnen het dagelijks bestuur of in de kleine kerkenraad. Dit werkt prima en kan zo blijven als er wederzijds vertrouwen is. De predikant maakt wel jaarlijks een werkverslag dat besproken wordt op de algemene kerkenraad. Zo is de kerkenraad betrokken bij wat de predikant in het afgelopen jaar heeft gedaan, waar zij moeite mee heeft of waar ze tegenaan is gelopen. In het werkverslag staat ook hoe de predikant tegen de toekomst aankijkt.’

Tekst: Jurgen Tiekstra

Dit artikel komt uit het juninummer van woord&weg. Een gratis proefexemplaar aanvragen? Mail naar wew@protestantsekerk.nl.


Beter een goede buur...

Scriba ds. René de Reuver gaat voor het eerst op bezoek bij het AZC naast het dienstencentrum. "De buren van het AZC bepalen me bij de uitdaging om elkaars naasten te zijn. Wij van hen en zij van ons."

Beter een goede buur dan een verre vriend. Vriendschap kent geen grenzen. Vriendschap overbrugt afstand en tijd. Zeker, alleen onderschat de waarde van een goede buur niet. Een verre vriend neemt het pakketje, dat voor mij is bestemd, niet aan. Ik kan hem niet vragen op mijn huisdier te passen als ik een paar dagen weg ben. Met mijn buren leef ik dagelijks.

In de afgelopen twee jaar heb ik als scriba diverse verre vrienden ontmoet. Vrij kort na mijn start was ik te gast bij verre Griekse vrienden. Op Lesbos en in Athene trekken zij zich het lot van asielzoekers aan. Vorige jaar bezocht ik verre protestantse vrienden in Libanon. Zij zetten zich met hart en ziel in voor Syrische kindvluchtelingen. Vrienden zijn belangrijk. Ze verrijken je leven. Je deelt elkaars vreugde en zorg. 

Kort geleden was ik te gast bij onze buren in het asielzoekerscentrum (AZC). Dagelijks passeer ik dit AZC. Nog nooit was ik er binnen geweest. Vele asielzoekers heb ik ontmoet, op Lesbos, in Libanon, in Groningen en Amsterdam. Zo niet mijn asielzoekende buren. Een bezoek aan naaste buren blijkt moeilijker te organiseren dan aan verre vrienden…

In Lesbos zag ik de struggle van asielzoekers aan de grens van Europa. In het AZC naast ons zag ik hoe het hen, een heel stuk verder in de procedure, vergaat. 

Stichting De Vrolijkheid had mij uitgenodigd om kennis te maken met het werk dat zij doen in 26 AZC’s. We werden rondgeleid door Ammar Issam, een van de ‘bewoners’ van het AZC. De vergelijking met ons kantoor drong zich op. Van buiten eenzelfde mooi gebouw. Van binnen lange gepleisterde muren met deuren naar kamertjes. Trots vertelde Ammar dat hij samen met medebewoners muren beschildert om zo een beetje kleur en leven in huis te brengen. En passant vertelde hij ook dat een man hier al achttien jaar woont. Even lang dus als wij in het dienstencentrum!

Na de rondleiding volgde een muziekavond. Elke week verzorgt De Vrolijkheid zo’n avond voor kinderen en jongeren. De zorg van de vrijwilligers voor de bezoekers raakte me. Evenals de professionaliteit waarmee Jonas Bisquert kinderen en tieners liet zingen en met hen muziek maakte. Randa Awad, een Palestijnse moeder uit Damascus, vertelde een verhaal over haar stad waar de dood rondwaart. Vanwege de Ramadan werd de avond afgesloten met een Iftarmaaltijd. Bewoners hadden voor eten gezorgd. Iedereen werd uitgenodigd mee te eten.

Deze avond besefte ik hoe belangrijk goede buren zijn. Met hen deel je de straat. Je bent, letterlijk, elkaars naasten. De buren van het AZC bepaalden me bij de uitdaging om elkaars naasten te zijn. Wij van hen en zij van ons.

Vaak zijn we als kerk druk met de grote vragen van vluchtelingen, migratie en asiel. Het bezoek riep bij mij de vraag op of we ook een goede buur zijn van de bewoners van het AZC? Onwillekeurig moest ik denken aan die scherpe gelijkenis van Jezus over naaste zijn. De priester en de leviet uit het verhaal waren misschien wel op weg naar de tempel om te overleggen over een grote actie voor vluchtelingen. Nam dit hen zo in beslag dat ze geen tijd en oog hadden voor die ene man naast hen op de weg...

Ervaren de bewoners van het AZC ons als kerk als goede buur? Zij wij elkaars naasten?

Een goede buur ziet scherper of ik naaste ben dan mijn verre vriend.

- Scriba ds. René de Reuver

Lees ook: 


Project ‘Jij hoort in onze klas …’

Basisscholen in Rotterdam besteden elk jaar op bijzondere wijze aandacht aan de Jodenvervolging die ook in deze stad heeft plaatsgevonden. Zo ook dit jaar.

Waar destijds Loods 24 stond, staat nu een monument met 687 namen van Joodse kinderen die in 1942-1943 weggevoerd en vermoord zijn. Loods 24 was de plek waar de Joden uit Rotterdam en omgeving verzameld werden om naar Westerbork of elders te worden getransporteerd. Het monument is te vinden aan de Spoorweghaven, ter hoogte van het Poortgebouw aan de Stieltjesstraat.

Onderzoek

Bij het project ‘Jij hoort in onze klas’ kiezen leerlingen een aantal namen van Joodse kinderen die op het kindermonument staan en gaan vervolgens op onderzoek uit. Waar hebben deze kinderen gewoond? Staat dat huis er nog? Hoe oud waren zij? Wat is er met hen gebeurd? Waar ligt Westerbork en wat gebeurde daar? Hoe ging dat allemaal? Waar ligt Auschwitz of Sobibor? Hebben de kinderen ondergedoken gezeten? Zijn ze dan verraden? De onderwijswerkgroep van de stichting Loods 24 en Joods Kindermonument heeft met hulp van het Stadsarchief vele gegevens en verhalen boven tafel gekregen.

Bijzonder steentje

Via websites en informatiemappen kunnen de leerlingen inmiddels veel te weten komen over de geschiedenis van de Joodse kinderen. Soms doet zich dan iets heel bijzonders voor: ‘Juf, juf… kijk… dit meisje woonde in mijn huis, daar woon ik nu!’, roept een leerling verbijsterd uit. De kinderen maken foto’s van de woning of krijgen via het Stadsarchief nog een foto van vroeger. Ze verwerken alles in gedichten, verhalen of een tekening. Voor ieder Joods kind wordt tenslotte een bijzonder steentje gemaakt met de naam erop … Op school wordt een tentoonstelling ingericht: een vitrine waarin de steentjes met de namen van de Joodse kinderen een plaats krijgen, want ‘zij horen op onze school en in onze klas’.

Excursie

Ten slotte wordt een excursie gemaakt naar het kindermonument. Kinderen zoeken de namen van ‘hun’ kinderen en leggen er een bloem bij, een steentje of een briefje. Er wordt een gedicht voorgelezen, soms wordt er ook gezongen of iets verteld over één van de kinderen. Zo staan de Rotterdamse kinderen van nu stil bij de dood van al die Joodse en Roma-kinderen van toen, iets wat nog altijd niet te bevatten is.

Handreiking
Leerkrachten die het project willen introduceren in hun klas kunnen een gratis handleiding bij het project downloaden met allerlei suggesties. Ook wordt daarin nadrukkelijk stilgestaan bij racisme en antisemitisme in onze tijd. In Rotterdamse multiculturele klassen blijkt discriminatie voor sommige kinderen dagelijkse werkelijkheid.
Meer informatie: www.loods24rotterdam.nl

Tekst: Arie de Bruin (voorzitter van de werkgroep Onderwijs van stichting Loods 24 en Joods Kindermonument)

Dit artikel komt uit het juninummer van Kerk & Israël Onderweg.


De dominee: notabele of worstelende profeet?

In januari promoveerde Jan Martijn Abrahamse aan de VU op de ambtstheologie van Robert Browne (circa 1550-1633). In zijn proefschrift pleit Abrahamse voor de ontmanteling van de dominee. Deze moet niet langer een notabele zijn, maar een benaderbare profeet.

Wie wil er nog dominee worden?
‘Geen massa’s meer, dat is wel duidelijk. Toch is er een toegewijde groep jonge mensen die vanuit een diepe passie voor het evangelie voor dit beroep kiest. Over het algemeen gaat het om mensen die ook een passie voor de wereld hebben. Dit is anders dan vroeger, toen predikanten misschien vooral bezig waren met de kerk zelf en de tradities. Nu zien ze het als hun missie om de kerk te helpen de brug te slaan naar de wereld.’

Wat voor voorganger was u zelf?
‘Heel jong, onervaren en idealistischer dan ik zelf doorhad. Ik had een enorme drive, wilde alles erg graag goed doen. Dat is ook een zwakte want je maakt zelden je idealen waar. Ik liep tegen mijn eigen onvermogen aan en moest leren wachten, inhouden, luisteren. Als christen heeft mij dit enorm gevormd. Mijn gemeente in Aalsmeer bood me een warme plek, ik kreeg ruimte voor kansen en vragen. Ik heb een evangelische achtergrond en sta graag in de breedte van de kerk, dus ik heb geprobeerd om samen met andere kerken de wereld op te zoeken. Maar na vijf jaar had ik een adempauze nodig. Ik gaf toen ook al les, werkte aan mijn proefschrift en heb een jong gezin. Dan moeten er keuzes worden gemaakt. Dit is een jaar van reflectie.’

Zou u dit beroep aanbevelen?
‘Niet op de manier van: dan word ik maar dominee, omdat je niks anders weet. Ik heb het weleens een lustige last genoemd – andersom klopt het ook. Je wordt betaald door de mensen aan wie jij leiding moet geven. Een predikant is niet de baas. Supervisie bij de opleidingen is heel belangrijk, want steeds meer dominees raken burn-out. De verwachtingen zijn huizenhoog en dan is het niet vreemd als het op een teleurstelling uitloopt. Belangrijker is een roeping als bron waaruit je energie, geduld en vooral hoop put.’

Waarom vooral hoop?
‘Omdat de werkelijkheid weerbarstig is. De kerk is soms harder dan de wereld. Een predikant wordt altijd de maat genomen. Hij of zij is niet zomaar een professional, hij moet zich kwetsbaar durven opstellen. Toch kun je als dominee niet met al je eigen zorgen en twijfels naar buiten treden. Daarin moet je een balans zoeken en dat heb ik ook geprobeerd. Ik wilde voorkomen dat ik iemand werd tegen wie werd opgekeken. Want dan kan er een dubbelrol ontstaan, dan ben je thuis iemand anders dan op de kansel. Het predikantschap mag niet samenvallen met je toga. Gemeenteleden hebben daar soms moeite mee. Ze willen graag dat jij een treetje hoger staat dan zij: dichter bij Jezus of zo. Je bent een rolmodel.’

U probeert dat voetstuk af te breken. Had u er zelf last van?
‘Dat viel mee. Maar wie op een podium staat, is een prikbord voor projecties. De ambtsdrager is aan de kerk gegeven om in alle menselijkheid de gemeente te laten zien hoe wij naar Christus kunnen zoeken. Dat is niet in beton gegoten, niemand weet toch precies hoe het zit? Als christen wil je leven vanuit Christus en van daaruit betekenis zoeken in het leven van vandaag. Dat houdt ook improvisatie in, afwachten, geen antwoord hebben. Toen ik uit mijn gemeente wegging zei iemand dat hij veel van me had geleerd, maar na mijn preken met meer vragen bleef zitten dan waarmee hij was gekomen. Dat was niet positief bedoeld. Christenen willen soms gewoon duidelijke antwoorden, maar we moeten leren leven met onzekerheden en rafelrandjes.’

U pleit voor meer profeten en minder gezagsdragers.
‘Ik geloof dat de kerk geroepen is om priester te zijn in de samenleving. Een profeet helpt daarbij, met vallen en opstaan. Een profeet heeft meestal weinig macht, is een eenling en zelden geliefd in eigen land. Maar hij is wel degene die het pad wijst, tegenspreekt, aan cultuuranalyse doet, ontmaskert. Dominees zijn geen establishment meer – dat komt alleen nog voor in het collectieve geheugen en in kleinere dorpen.’

Wanneer is het huwelijk tussen predikant en gemeente geslaagd?
‘Net als in een echt huwelijk: als de partners elkaar liefhebben, elkaar de ruimte gunnen zich te ontwikkelen en de waarheid durven zeggen. Ik denk ook dat het predikantschap losgemaakt moet worden van beslissingsbevoegdheid. Hij of zij moet vrij zijn om te zeggen hoe de Schrift verstaan kan worden en welke richting de gemeente uit moet. In onze evangelische gemeenschap speelde bijvoorbeeld de vraag over de doop: blijven we dat uitsluitend doen door onderdompeling, of mag het ook door besprenkeling en kunnen we mensen toelaten die als zuigeling zijn gedoopt? Geef de predikant de ruimte om de problematiek uit te leggen en laat vervolgens de beslissing bij de kerkenraad. Wie teveel beslist, maakt anderen passief.’

Wat is de ideale vacaturetekst voor een nieuwe predikant?
‘Schrijf als gemeente ook de minpunten van je gemeenschap op en vertel wat je daaraan wilt doen. We leven in een tijd van verwarring en marginalisatie. Reik niet te hoog, wees reëel in de verwachtingen die je creëert. Er komt echt niet iemand die alle dromen gaat waarmaken. Maak duidelijk dat je geen manager of therapeut zoekt, maar zeg dat je als gemeente onderweg bent om meer op Jezus te gaan lijken. Niet dat je nog meer gebouwen, geld of leden wilt, want wie geluk najaagt valt ongeluk ten deel. Waarom zouden wij als kerk succes als hoogste doel hebben? In een goede vacaturetekst staat: wij hebben een missie en wij zoeken iemand die ons helpt dat in het grote perspectief te plaatsen.’

In ’t kort:
Dr. Jan Martijn Abrahamse (1985) is docent systematische theologie en ethiek aan de Christelijke Hogeschool Ede en is als research fellow verbonden aan het Baptisten Seminarium. Daarnaast is hij redacteur van het theologische tijdschrift Soteria.
Eerder was hij in Aalsmeer voorganger van een CAMA-gemeente (Christian and Missionary Alliance).

Tekst: Ella Weisbrod | Foto: Maartje Geels

Dit artikel komt uit het juninummer van woord&weg. Een gratis proefexemplaar aanvragen? Mail naar wew@protestantsekerk.nl.


Samen zingen: "God is kippenvel"

In Ter Aar komen jaarlijks bijna honderd volwassenen en kinderen bij elkaar om vier dagen samen te zingen. Het tv-programma 'Met hart en ziel' was er dit jaar bij. "God is kippenvel als je mensen samen religieuze liederen ziet en hoort zingen."

Met zingen ga je eerder open dan bij gewone woorden. Treffender kan Mascha de Haan het niet verwoorden, de drijvende kracht achter samen zingen in de Lutherse Kerk. Samen zingen is ook twee keer bidden, zegt een ander. En via het zingen in een koor haken mensen en zeker kinderen ook makkelijker aan bij de kerk. Daarom is de Koninginnezang een groot succes, al tien jaar lang. Dat is een weekend lang zingen, met jong en oud, begonnen in 2007 rond Koninginnedag, vandaar die naam.

Het gebeurt altijd in een weekend, dit keer voor bijna honderd mensen. De hele dag wordt er geoefend, vocaal en muzikaal. Er wordt gedanst en er wordt gegeten. En natuurlijk wordt er door alles heen het geloof gevierd. Dat hoor je door al het gezang heen, dat is zo tastbaar in deze uitzending van de serie Met hart en ziel, een serie die gepresenteerd wordt door Joanne Bijleveld, gemaakt wordt door de NCRV in samenwerking met de Protestantse Kerk Nederland. Gemiddeld keken er zo’n 50.000 mensen naar. In september gaat deze serie door.

Blijkbaar waarderen kijkers het dat er op een positieve manier over geloof wordt gesproken. Dat doet Mascha de Haan ook. Het geloof verrijkt haar leven, steeds weer in de Lutherse Kerk. Van jongs af aan tot op heden, ze is nu een actief gemeetelid. En ze beseft dat deze weekends passen in de evenementencultuur van deze tijd. Mensen doen af en toe ergens aan mee, zo kunnen oud en jong het geloof beleven. Zo’n zangweekend is daar een geweldig instrument voor. God is ongrijpbaar, zegt een vrouw. Je voelt hier een goddelijke vonk, zegt een andere vrouw. Mascha hoeft daarna niet meer naar woorden te zoeken. God is kippenvel als je mensen samen religieuze liederen ziet en hoort zingen.

- Leo Fijen, hoofdredacteur journalistiek en levensbeschouwing KRO-NCRV

'Met hart en ziel: samen zingen' werd op zondag 3 juni om 8.20 uur uitgezonden op NPO2.


Zo viert u met de hele gemeente Israëlzondag - plus download

In deze handreiking voor de Israëlzondag vertellen verschillende jonge mensen over de bijzondere band die zij hebben met het Jodendom. "Deze kennis is een enorme verrijking voor mijn eigen religieuze beleving", aldus Kor Bras. Download de handreiking onderaan dit artikel.

Hans, Harmke, Kor en Liesbeth: vier jonge mensen onder de indruk van Israël en het Jodendom.

Op studiedagen en andere bijeenkomsten van Kerk en Israël treffen we weinig of geen jonge mensen. Het lijkt erop dat zij weinig belang hechten aan de verbondenheid van de kerk met Israël. Maar is dat eigenlijk wel zo? Vier jonge mensen - Hans van Dijk, Harmke Bons, Kor Bras en Liesbeth Hak - laten zien dat zij wel degelijk ‘iets’ hebben met Israël en met het Jodendom. Hun portretjes kunnen een plek krijgen tijdens of na de dienst op Israëlzondag, bedoeld om over door te praten.

Kor Bras - “Enorme verrijking voor mijn eigen religieuze beleving”

Hij heeft veel affiniteit met het Jodendom. Kor Bras (35): “Met name de rijkdom van de kennis die daarin te vinden is en de manier waarop de Schriften worden gelezen is een enorme verrijking voor mijn eigen religieuze beleving. Het leren kennen van de Joodse traditie werpt een ander licht op de verhalen in de evangeliën. Het is een religie van doen, van eigen verantwoordelijkheid en van creativiteit. Ook de ruimte voor discussie, het gevoel voor traditie en de levenskunst vind ik geweldig.”

Hij kwam voor het eerst in aanraking met het Jodendom in het Joodse leerhuis in ‘s-Hertogenbosch. “Op advies van mijn schoonmoeder kwam ik bij het leerhuis van rabbijn dr. Tzvi Marx terecht. Bij hem begon ik met het lezen van Juda Halevi. Ik ging verder met het werk van Pinchas Lapide, Elie Wiesel en Abraham Joshua Heschel. Het heeft veel van mijn oude geloofsbeelden volledig onderuit gehaald. Op een gegeven moment denk je wel eens; waar blijf ik nog als religieus christen? Maar op een gegeven moment vind je daarin ook je weg.”

Jodendom vandaag de dag heeft het niet altijd makkelijk, ook in Nederland bestaat antisemitisme. “De haat die begint met Joden gaat altijd verder in xenofobie naar andere groepen. Antisemitisme wordt vaak met verschillende schijnargumenten weggepoetst, maar het is er wél. Het is van de zotte dat we in een land leven waar je aangevallen kunt worden omdat je een uiting van je religie draagt, waar gebedshuizen en scholen politiebewaking nodig hebben, en waar jij en je kinderen aangevallen worden om gebeurtenissen aan de andere kant van de wereld waar je niets mee te maken hebt.”

Kor volgt de ontwikkelingen in de staat Israël met veel interesse. “Het is een complexe situatie. Mensenrechten van Palestijnen worden vaak niet gerespecteerd, tegelijkertijd is er de begrijpelijke zorg van de Israëli's voor hun eigen veiligheid. Het is makkelijk praten vanuit onze comfortabele positie, en het is nog makkelijker om partij te kiezen voor de een of de ander. Voor de buitenstaander blijft dit erg gemakkelijk en zonder consequenties. Ik geloof dat een oplossing uiteindelijk van binnenuit zal moeten komen én van beide kanten.”

Handreiking Israëlzondag

Download hier de gehele handreiking. 

Deze handreiking is te gebruiken om de Israëlzondag op 7 oktober in uw gemeente vorm te geven. 

Vier tips voor de Israëlzondag

1. Gebruik de portretjes als inspiratie voor de verkondiging. Lees voorafgaand aan de verkondiging (een deel van) de portretjes voor of laat vier (jonge) gemeenteleden elk een portretje voorlezen.

2. Praat met de gemeenteleden na de kerkdienst door over Israël. Bied tijdens de dienst op Israëlzondag - en zo mogelijk de zondag ervoor en in het kerkblad - aan dat na de dienst doorgepraat kan worden over Israël. Organiseer daar koffie en wat lekkers bij.

3. Lees met de aanwezigen tijdens de bespreking de vier verschillende portretjes; laat vier mensen een bijdrage voor hun rekening nemen. Vraag de deelnemers daarna welk verhaal hen het meest aanspreekt en waarom. Vraag daarna naar eigen ervaringen met Israël en met het Jodendom. Is het ‘ver van het bed’ of niet? Zouden ze het graag anders zien? De bijeenkomst kan uiteraard ook op een ander moment georganiseerd worden.

4. Plaats een vooraankondinging in het kerkblad of de website. U kunt als vooraankondiging van de Israëlzondag ook (een van) de portretjes opnemen in het kerkblad of op de website van uw kerk.


Ambten niet vanzelfsprekend bij nieuwe kerkplekken

Onderzoek van de Protestantse Kerk laat zien dat driekwart van de mensen het niet nodig vindt dat bij elke nieuwe vorm van kerk-zijn een predikant actief is. Dit blijkt uit onderzoek naar de praktijk van nieuwe kerkplekken, dat eerder vandaag is gepresenteerd in Amersfoort.

Scriba René de Reuver: “We gaan door tijden van verandering; we zien de diversiteit in kerkplekken toenemen. Het is goed om de relatie tussen bestaande en nieuwe kerkplekken te doordenken. Dit onderzoek vormt de aanzet voor verder gesprek in de kerk dit jaar.”

Voor het onderzoek is gesproken met ruim honderd mensen die in de praktijk betrokken zijn bij nieuwe vormen van kerk-zijn zoals pioniersplekken, kliederkerken, monastieke initiatieven en leefgemeenschappen. Ook mensen uit reguliere kerken deden mee. In het onderzoek komen onder andere drie inhoudelijke deelgebieden aan bod: ‘Gemeenschapsvorming, netwerken en lidmaatschap’, ‘Ambten, sacramenten en de rol van predikanten’ en ‘Samenwerking, besluitvorming en bestuur in de kerk’.
Bestaande kerkordelijke structuren en ambten staan ter discussie. Zo wordt lidmaatschap niet langer als vanzelfsprekend gezien door de respondenten: 56% denkt dat kerk-zijn zonder lidmaatschap mogelijk is. Lidmaatschap wordt door nieuwe kerkplekken vaak meer fluïde, open en flexibel benaderd. Ook de koppeling tussen doop en lidmaatschap spreekt niet vanzelf; hier wordt in de praktijk verschillend mee omgegaan.

Nieuwe rol voor predikanten?

Ook vindt 65% van de respondenten de ambten van ouderling en diaken op nieuwe kerkplekken niet nodig. Nog meer mensen (75%) vinden het niet noodzakelijk dat bij elke nieuwe kerkplek een predikant betrokken is. Parallel hieraan zien we volop ruimte voor niet-theologen om voor te gaan bij nieuwe kerkplekken (75% positief) en sacramenten te bedienen (71%). Wel hecht men aan theologische kwaliteit en diepgang. Supervisie van niet-theologen door predikanten wordt breed ondersteund. Daarmee kan de rol van (een deel van de) predikanten verschuiven van uitvoerder naar toeruster/supervisor van vrijwilligers.

Gespreksbijeenkomsten in het land

Het onderzoek is deel van het project Mozaïek van Kerkplekken, waarin het moderamen van de generale synode opdracht heeft gegeven om de praktijk van bestaande en nieuwe kerkplekken verder te onderzoeken en te doordenken. In september volgt een rapport met meer reflectie en oplossingsrichtingen. Na september wordt rond dit rapport het gesprek gevoerd, onder andere tijdens gespreksbijeenkomsten in het land. In november vindt vervolgens bespreking plaats tijdens de synode.

Ga voor meer informatie over Mozaïek van Kerkplekken en het onderzoeksrapport ‘Over speelruimte en spanning’ (inclusief synopsis) naar www.protestantsekerk.nl/kerkplekken.


Kamperen met de kerk

De zevende aflevering van de serie 'Met hart en ziel' laat zien hoe 200 mensen van de Hervormde Gemeente van Sliedrecht samen kamperen. Hoofdredacteur Leo Fijen: "God is op de camping minstens zo dichtbij als in de gezangen en dienst van de kerk."

'Kamperen met de kerk', is de titel van de zevende aflevering van de nieuwe serie ‘Met hart en ziel, verhalen van geloof, hoop en liefde uit de Protestantse Kerk’. Maar die titel zegt lang niet alles. Want kamperen met de kerk suggereert vooral een vakantiegevoel. Dat mag ook best met deze zomerse dagen in mei. En dat gevoel komt best goed naar voren in deze aflevering van een serie waar geregeld 60.000 tot 70.000 mensen naar kijken. Deze serie is een succes, maar de aflevering van vandaag ook.

Kamperen met de kerk is namelijk een verhaal van kerk-zijn in deze tijd. Met gebed en ontmoeting, met workshops en stilte, met kinderen en jongeren, met zingen en vieren. Alles wat een kerk tot een kerk maakt, gebeurt op de camping. En het bijzondere is dat de Hervormde Gemeente van Sliedrecht meer tot elkaar komt door deze activiteit. Normaal gesproken zitten er toch wat muren tussen de vier wijkgemeenten, waarvan er twee Gereformeerde Bondskerken zijn. Die muren vallen op de camping weg. Zoals geloven ook niet meer apart wordt gezet van het leven. Geloof en leven komen hier heel natuurlijk samen.

Dat is zeker de verdienste van Theo ten Braanker, een gedreven mens die het hart op de goede plek heeft. Hij organiseert deze activiteit al twaalf jaar met zijn vrouw. Voorzien van megafoon is hij de verbindende schakel tussen alle mensen en alle activiteiten. En zo heeft hij het voor elkaar gekregen dat maar liefst 200 mensen een paar dagen met elkaar gaan kamperen. Hij laat eigenlijk zien hoe je je als kerk kunt vernieuwen en verdiepen: ga kamperen, breng geloof en leven bij elkaar, vier samen, praat met elkaar en ga eens langs bij mensen die je nooit spreekt. Een prachtig voorbeeld van een kerk die verder reikt dan de vier muren van het gebouw en mensen extra inspireert: want God is op de camping minstens zo dichtbij als in de gezangen en dienst van de kerk.

- Leo Fijen, hoofdredacteur journalistiek en levensbeschouwing KRO-NCRV

'Met hart en ziel: kamperen met de kerk' werd op 29 mei om 16.10 uur uitgezonden op NPO2. Hier bekijkt u de aflevering:

 


Kerk in, van en voor het dorp

Bijna elk dorpsaanzicht in ons land wordt gekenmerkt door een kerktoren. Dat tekent de rol die de kerk vanouds in het dorp heeft: middelpunt van de samenleving. Ook vandaag de dag.

Dorpskerken vervullen, onder meer door hun diaconale activiteiten, een maatschappelijke functie. Ze maken deel uit van de dorpscultuur. Om dat zo te kunnen houden, is de dorpskerkenbeweging in het leven geroepen. In tijden van organisatievragen en samenwerking met kerken in de buurt wil de dorpskerkenbeweging een platform bieden waar kerken ervaringen kunnen delen, elkaar helpen en inspireren.

Kerk in, van en voor het dorp zijn is namelijk niet altijd vanzelfsprekend meer. Teruglopende ledenaantallen en financiële middelen en soms het moeten sluiten van de kerkdeuren kunnen de zichtbare aanwezigheid in het dorp onder spanning zetten. De dorpskerkenbeweging

  • zoekt naar manieren om kerk in, van en voor het dorp te zijn
  • wil een platform zijn waar dorpskerkgemeenschappen elkaar inspireren en motiveren
  • wil meedenken over de vraag hoe de dorpskerk een bijdrage kan leveren aan het gesprek over kwaliteit van leven in het dorp.

Lees hier meer over de dorpskerkenbeweging.

Dorpskerkendag: meld u aan!

Speciaal voor kerkenraadsleden, predikanten en kerkelijk werkers die werkzaam zijn in een dorpscontext vindt op maandag 24 september de eerste landelijke dorpskerkendag plaats, een netwerkdag voor iedereen die hart heeft voor het dorp en de kerk, en de verbinding daartussen wil versterken.
In het ochtendprogramma wordt ontdekt hoe dorpen kijken naar de kerk, en welke kansen er zijn om die verbindingen te versterken. In het middagprogramma wordt verkend hoe de dorpskerk kan aansluiten bij het dorp, om kerk van en voor het dorp te zijn. Tijdens en tussen de programmaonderdelen is er volop tijd voor uitwisseling en gesprek.

Meer informatie over de dag vindt u hier. Er is plaats voor een beperkt aantal deelnemers. Daarom is het belangrijk u van tevoren aan te melden.

Initiatief en draagkracht

De Protestantse Kerk is initiatiefnemer van de dorpskerkenbeweging. De dorpskerkenbeweging is open naar andere kerkgenootschappen en zoekt naar samenwerking met landelijke, regionale en lokale partners die zich ook inzetten voor kwaliteit van leven in het dorp en op het platteland.


Nieuws! > Kerknieuws / Nieuws / Agenda / Verbinding

Zoeken

Diensten!

Kerk aan Nic. Grijpstraat te GrijpskerkOp zondag 24 juni beginnen we om 10:00 in de kerk aan de Nic. Grijpstraat te Grijpskerk., waar ds. M.H. Langenburg uit Middelstum hoopt voor te gaan.


Overzicht kerkdiensten.

Laat de Bijbel spreken

Omzien naar elkaar

Noaberschap: uw ogen en oren zijn nodig! Laat via ons meldpunt weten wie extra aandacht en zorg nodig heeft.

backtotop